direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijventerrein
Plan: Bedrijventerrein Haven (Goor)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.KNxGOOxACTHVx-VS20

Artikel 4 Bedrijventerrein

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 3.2 van de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van bedrijven met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding:
    • 1. 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven van categorie 1 en 2 zijn toegestaan;
    • 2. 'bedrijf tot en met categorie 3.1: bedrijven van categorie 1, 2 en 3.1 zijn toegestaan;
    • 3. 'bedrijf tot en met categorie 3.2: bedrijven van categorie 1, 2, 3.1 en 3.2 zijn toegestaan;
  • b. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit, zoals de verkoop van ter plekke gemaakte producten of de verkoop van goederen waarvan de verkoop aan particulieren onderdeel uitmaakt van de normale dienstverlening van het bedrijf;
  • c. in afwijking van het gestelde onder a tevens een groothandel in chemische producten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - groothandel chemische producten';
  • d. tevens een kringloopwinkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - kringloopwinkel';
  • e. tevens een wachtplaats ten behoeve van de beroepsvaart ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - wachtplaats beroepsvaart met laad- en losplaats';
  • f. in afwijking van het gestelde onder a tevens een wegtransportbedrijf en een bedrijf dat bedrijfsauto's en vrachtauto's onderhoudt en repareert ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - wegtransportbedrijf';
  • g. in afwijking van het gestelde onder a tevens mineraal gebonden bouwplatenfabriek met een productiecapaciteit van meer dan 100 ton ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein – vervaardigen van producten van beton, (vezel)cement en gips met een productiecapaciteit van meer dan 100 ton';
  • h. groenvoorzieningen en water;
  • i. verkeer en verblijf;
  • j. openbare nutsvoorzieningen.
  • k. bestaande bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';

met dien verstande dat:

  • 1. in de bestemming seksinrichtingen en risicovolle inrichtingen niet zijn begrepen. Een uitzondering geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - groothandel chemische producten', waar wel een risicovolle inrichting is toegestaan;
  • 2. onder water doeleinden voor afvoer, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater worden begrepen;
4.2 Bouwregels
  • a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
    • 1. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
    • 2. de goot- en bouwhoogte bedragen ten hoogste de ter plaatse aangeduide goot- en bouwhoogte, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen;
    • 3. de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 3 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder bedraagt;
    • 4. bedrijfswoningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aangeduide bedrijfswoningen worden gebouwd of verbouwd met dien verstande dat een eventuele afwijking van 5 m buiten de bestaande gevels is toegestaan, mits passend in het bouwvlak;
  • b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten, lantaarnpalen en bedrijfsinstallaties bedraagt maximaal 15 meter;
  • c. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.
4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van de verschijningsvorm van karakteristieke en/of cultuurhistorische panden nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het behoud van de karakteristieke en/of cultuurhistorische verschijningsvorm van gebouwen in de omgeving.

4.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • het bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;

met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 4.2, sub a, onder 3: voor het bouwen tot op de zijdelingse bouwperceelgrens;
  • b. lid 4.2, sub b: ten behoeve van een bouwhoogte van 6 m.
4.5 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, met uitzondering van ondergeschikte productiegebonden detailhandel en bestaande detailhandel.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels voor de vestiging van bedrijven welke in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten worden genoemd in een naast hogere categorie en andere niet genoemde bedrijven, mits deze bedrijven naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven die wel zijn toegestaan.