direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: Haven (Goor)
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.KNxGOOxACTHVx-VO01

3.3 Gemeentelijk beleid

Bedrijvigheidsplan Hof van Twente (2004)

In november 2004 is er een bedrijvigheidsplan uitgebracht. In dit plan wordt een onderbouwing gegeven van de gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de bedrijventerreinen en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze ontwikkelingen daadwerkelijk te realiseren. De gemeente streeft ernaar om voor ieder type bedrijvigheid een passend terrein te vinden of te creëren, waarbij de aspecten duurzaamheid, bereikbaarheid, veiligheid en milieu worden betrokken. Voor lokale bedrijven dient in de eerste plaats ruimte gevonden te worden in of nabij de kern in kwestie. Voor een deel van de bestaande bedrijventerreinen streeft de gemeente naar een intensivering van het ruimtegebruik.

Het bedrijventerrein Haven te Goor is aangewezen door de provincie tot revitalisatie. Het doel van de revitalisatie is een zo optimaal mogelijk kader te realiseren voor de bedrijvigheid. Aangezien de grondpositie in hoofdzaak wordt gedomineerd door Eternit is de uitwerking van de revitalisatie nog onzeker.

Bedrijfswoningen op bedrijventerreinen

Op 27 januari 2004 heeft het College van burgemeester en wethouders besloten beleid vast te stellen inzake de aanwezigheid van bedrijfswoningen op bedrijventerreinen en dit beleid toe te passen voor nieuwe bestemmingsplannen. Een advies van SAB (eind 1999 opgesteld in opdracht van de voormalige gemeente Goor) was hiervoor leidend. De gemeente heeft ervoor gekozen een verbod op te nemen voor de realisatie van nieuwe bedrijfswoningen en een uitsterfconstructie toe te passen voor de bestaande bedrijfswoningen. Bestaande bedrijfswoningen worden als zodanig bestemd. Het onderhavige plan sluit aan op bovenstaand beleid (zie hoofdstuk 5 Juridische vormgeving).

Woonvisie 2009-2013 'Groeien in kwaliteit'

In april 2009 heeft de gemeente Hof van Twente een woonvisie voor de periode 2009-2013 vastgesteld. De gemeente staat voor een grote opgave. De komende jaren zal de bevolking verder vergrijzen, waardoor er een einde komt aan een periode van geleidelijke bevolkingsgroei. De gemeente wil een zo goed mogelijk woonklimaat bieden aan de bestaande inwoners.

De nieuwe visie “groeien in kwaliteit” vormt een actuele basis om samen met andere partijen op de woningmarkt te zorgen dat ook in de toekomst alle inwoners van de Hof van Twente naar wens kunnen blijven wonen.

Het coalitieakkoord 2006-2010 van de gemeente geeft het volgende aan:

  • 1. Er moet meer aandacht komen voor betaalbare woningen voor starters.
  • 2. Er is een kwaliteitsverbetering gewenst binnen bestaande wijken, vooral in de kernen Goor, Markelo en Delden.

Uit onderzoeken komt verder naar voren dat door de vergrijzing een enorme toename ontstaat van de vraag naar geschikte woningen voor senioren.

  • 3. Er is sprake van een groot tekort aan geschikte woningen voor senioren.

Welstandsnota Hof van Twente (2008)

Op grond van de wijziging van de Woningwet zijn gemeenten voor het welstandstoezicht verplicht te beschikken over een door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. De Welstandscommissie dient vervolgens de bouwplannen aan deze, door de gemeenteraad geformuleerde en voor iedereen kenbare uitgangspunten te toetsen. De Welstandsnota Hof van Twente uit 2004 is in 2007 geëvalueerd en een nieuwe welstandsnota is op 2 januari 2008 in werking getreden.

De welstandsnota geeft in hoofdlijnen aan welke beleidsmatige inzet en procedures het gemeentebestuur kiest voor het voeren van welstandstoezicht. Op basis van een verkenning van de gemeente zijn gebiedsgerichte criteria voor deelgebieden van landschappen en kernen en objectgerichte criteria beschreven. Per deelgebied is aangeduid hoe en waarop het gemeentebestuur bouwplannen gaat toetsen.

Het eigenlijke bedrijventerrein valt in de welstandsnota onder de gebiedscategorie 'Industrie'. De lintbebouwing, bestaande uit woningen en kleinschalige bedrijfsbebouwing langs de Haaksbergerweg, wordt gerekend tot het deelgebied: Linten 'los op de kavel'. De overige woonbebouwing in het gebied ten noorden van de Haaksbergerweg ligt in de deelgebied 'Buurten'. Deze categorie omvat alle woonbuurtjes buiten de historische kernen en de linten.

Gemeentelijk mobiliteitsplan (2007)

De gemeente heeft in december 2007 een mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan biedt een overzicht van maatregelen op verkeersgebied die erop gericht zijn om de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de veiligheid van de woningen en de bedrijven te verbeteren. Dit plan biedt tevens een kader waaraan ruimtelijke plannen met betrekking tot deze aspecten kunnen worden getoetst. In het bijbehorende maatregelenpakket wordt het beleid naar de praktijk vertaald.

Relevante doelstellingen zijn de volgende:

  • het wegen- en stratennet wordt duurzaam veilig ingericht en heringericht;
  • het fietsverkeer wordt gestimuleerd, het fietsroutenetwerk wordt verbeterd;
  • bij nieuwbouwplannen wordt een parkeertoets en een mobiliteitstoets uitgevoerd.

Met deze doelstellingen wordt bij het beheer, de inrichting en de eventuele ontwikkelingen in het plangebied rekening gehouden.

Verder gelden voor het vrachtwagenverkeer van en naar bedrijventerreinen de volgende specifieke doelstellingen:

  • De bereikbaarheid van bedrijventerreinen moet gewaarborgd blijven en, waar mogelijk en noodzakelijk, worden verbeterd. Het gaat daarbij om een goede directe ontsluiting van verkeer en vrachtverkeer naar het hoofdwegennet, zodat dit (vracht)verkeer niet (meer) door de woonwijken rijdt als het daar niet thuis hoort.
  • Vanwege de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid moet het parkeren en laden en lossen op eigen terrein plaatsvinden en niet op de openbare weg.

Ten slotte streeft de gemeente ernaar om op het gemeentelijke grondgebied geen reguliere routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vast te stellen.

Waterplan Hof van Twente (2004)

In het Waterplan Hof van Twente (2004) is de visie beschreven over het watersysteem, vanuit de invalshoeken Twents landschap, ruimte voor water en beleving van water. Om wateroverlast te voorkomen is er voldoende ruimte voor water en wordt water langer vastgehouden. Het natuurlijke watersysteem wordt hierdoor hersteld. Het Twenthekanaal is van belang voor de scheepvaart.

Om emissies naar het oppervlaktewatersysteem te beperken is zo min mogelijk schoon hemelwater op de riolering aangesloten. Hemelwater wordt zoveel mogelijk geinfiltreerd in de bodem. In de woon- werkomgeving is water niet alleen zichtbaar maar ook bereikbaar, bijvoorbeeld voor vissers, en het is veilig. Om tot de visie te komen zijn er maatregelen voorgesteld, zoals het zichtbaar maken van de Regge in Goor. Voor het plangebied zijn geen specifieke maatregelen genoemd.

Gemeentelijk Rioleringsplan (2009)

Ingevolge de Wet Milieubeheer heeft de gemeente het Gemeentelijk Rioleringsplan 2008-2012 vastgesteld (GRP, 2009). In het GRP is een overzicht van de gemeentelijke voorzieningen opgenomen die nodig zijn voor het doelmatig en samenhangend beheren van hemel, afval- en grondwater.

In het GRP zijn maatregelen opgenomen die vooral betrekking hebben op vervanging van rioolstelsels en het terugdringen van emissies door het afkoppelen van hemelwater van de riolering. Het afkoppelen van het verhard oppervlak van het plangebied is een maatregel uit het GRP. Bij nieuwe ontwikkelingen neemt de afvoer van hemelwater via de riolering en rioolwaterzuivering niet toe. Dit is mogelijk door hemelwater in het plangebied te infiltreren en/of gebieden af te koppelen.

Waterbeheerplan

De Waterwet die eind 2009 in werking is getreden, gaat uit van integraal waterbeheer. Verschillende sectorale wetten zijn erin opgegaan. De Waterwet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet schrijft voor dat het waterbeheer gericht is op alle aspecten van het watersysteem in onderlinge samenhang.

In het plangebied zijn twee watersysteembeheerders actief, te weten Rijkswaterstaat voor het Twenthekanaal en waterschap Regge en Dinkel voor het overige gebied. De Waterwet schrijft voor dat elke beheerder de doelen en maatregelen voor zijn beheergebied opneemt in zijn eigen wettelijke waterbeheerplan.

Rijkswaterstaat heeft het beheer van de grote wateren in Nederland, zoals het Twenthekanaal. Het beheer van de rijkswateren is beschreven in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Het BPRW geldt voor de jaren 2010-2015 en maakt onderscheid tussen 'basisfuncties' (veiligheid, voldoende water en schoon & gezond water), scheepvaart en 'maatschappelijke' gebruiksfuncties (zoals recreatie en visserij). Een groot deel van het beheer is gericht op de instandhouding van de basisfuncties en de bijbehorende infrastructuur. Uitgangspunt is daarbij te voldoen aan de wettelijk vastgestelde eisen en doelstellingen.

Voor de rijkswateren zijn de belangrijkste maatregelen voor het opvangen van wateroverlast en watertekort die uitgaat van de trits 'eerst vasthouden, dan bergen en waar nodig vlot en veilig afvoeren'.

Het Waterschap Regge en Dinkel is verantwoordelijk voor een optimaal waterbeheer en voor de instandhouding van het voor Twente karakteristieke bekensysteem. Dat betekent dat het waterschap ervoor zorgt dat het oppervlakte- en grondwater kwalitatief en kwantitatief aansluit bij het maatschappelijk gebruik van de grond. Het waterbeheerplan 2010-2015 beschrijft hoe WRD de doelstellingen wil realiseren die betrekking hebben op de hoofdthema's veiligheid, het watersysteembeheer de afvalwaterketen.In het waterbeheerplan wordt voornamelijk ingegaan op de maatregelen die nodig zijn ingevolge de Europese kaderrichtlijn water (KRW) en Waterbeheer 21e eeuw (WB21). In de planperiode wil het waterschap vooral aandacht schenken aan het verbeteren van de waterkwaliteit en de natuurlijke inrichting van de waterlichamen. In het plangebied komen geen wateren voor die in beheer zijn bij het waterschap.

Groenstructuurplan (2003)

Het gemeentelijke groenstructuurplan bevat een lange termijn visie op de inrichting en het beheer van het groen in de openbare ruimte. Groene elementen in de openbare ruimte hebben veelal een onderlinge samenhang en vormen zo een groenstructuur. Deze structuur hangt nauw samen met de stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw van een stad of dorp. Vaak is de aanwezigheid van groen gekoppeld aan rode functies (gebouwen) doordat het deze aankleedt of accent geeft. De relatie tussen groen en rood is dan ook een belangrijk aspect binnen een Groenstructuurplan.

Binnen de groenstructuur speelt de bomenstructuur een overheersende rol. Bomen zijn door hun ruimtelijke werking de meest beeldbepalende groenelementen en daarom sterk sfeerbepalend. Om die reden heeft de gemeente ook een aparte Bomenverordening waarin voorgeschreven wordt hoe moet worden omgegaan met het 'Bewaren van houtopstanden'.

Verder zijn ook vakbeplantingen, gazons en waterelementen van betekenis binnen de groenstructuur. Een belangrijke opgave van het Groenstructuurplan is om alle groene en blauwe onderdelen te integreren tot een samenhangend geheel dat op basis van één visie wordt beheerd en ontwikkeld.

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Bomenverordening

Het college van B&W heeft een lijst met 320 monumentale bomen in Hof van Twente vastgesteld. De status van een monumentale boom is sterk en is vastgelegd in de Bomenverordening. Voor een monumentale boom wordt in beginsel geen kapvergunning afgegeven. De bomenlijst is dynamisch. Nieuwe bomen en boomgroepen kunnen aan de lijst toegevoegd worden en ook kunnen houtopstanden eraf worden gehaald. De lijst bestaat nu uit ongeveer 320 monumentale houtopstanden.

In de toelichting op de Bomenverordening wordt een bepaalde wijze van bestemmen van de monumentale bomen voorgestaan. In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan staan een aantal monumentale bomen die planologisch moeten worden beschermd.

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Bodembeleidsplan 2007-2010

Een goede kwaliteit van de bodem is van essentieel belang voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van een perceel grond. Vanwege dit grote belang voert de gemeente een apart bodembeleid dat is vastgelegd in het Bodembeleidsplan 2007-2010. De doelstellingen van dit beleid kunnen als volgt worden samengevat:

  • het voorkomen van bodemverontreiniging en het geschikt houden van de bodem voor de beoogde functies;
  • het saneren (inclusief nazorg) van bodemverontreiniging om de stagnatie van ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen;
  • het geven van prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen waarvan mens en milieu actuele risico's ondervinden.

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Nota externe veiligheid (2007)

In deze nota heeft de gemeente haar beleid met betrekking tot externe veiligheid neergelegd. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van hen die niet betrokken zijn bij risicovolle activiteiten, maar die als gevolg van die activiteiten wel risico lopen. Om deze reden dient er in woongebieden rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Daarbij spelen bedrijven een rol die met gevaarlijke stoffen werken. Verder met rekening gehouden worden met vervoer van gevaarlijke stoffen (via de weg, spoor of buisleidingen).

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Archeologiebeleid

Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische waardenkaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge en een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. De te hanteren criteria zijn in de onderstaande tabel in beeld gebracht. Dit beleid dient vertaald te worden in de planregels van de bestemmingsplannen die in procedure worden gebracht.

Archeologisch monument   Bodemverstorende activititeiten zijn alleen toegestaan op basis van een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed  
Overige AMK-terreinen en historische kernen   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m2 of meer  
Hoge verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2 of meer  
Middelhoge verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5.000 m2 of meer  
Lage verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer  

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.