direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: Bedrijventerrein Haven (Goor)
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.KNxGOOxACTHVx-OP01

3.3 Gemeentelijk beleid

Strategische visie Hof van Twente "Zicht op 2030"

De gemeente Hof van Twente heeft in juni 2010 de toekomstvisie 'Hof van Twente, zicht op 2030' vastgesteld. Het doel van deze toekomstvisie is het schetsen van de grote lijnen: wat kenmerkt de gemeente nu en straks. Globaal kan de gemeente Hof van Twente omschreven worden als een gemeente met meerdere kernen, die een eenheid in verscheidenheid vormt. De kernen zijn allen uniek en voor een groot deel zelfvoorzienend. Wonen, werken, voorzieningen, scholing, recreëren is vaak binnen de eigen of naburige kern mogelijk. Het centraal gelegen Goor heeft qua bedrijven en instellingen betekenis voor de gehele gemeente.

Een landelijke trend is dat in de komende tientallen jaren de bevolking vergrijst en ontgroent. Om deze reden moeten er meerdere woningen gerealiseerd worden voor ouderen. Verder moeten er acties en maatregelen ondernomen worden om de gemeente weer aantrekkelijk te maken voor jongeren. Verder zal de gemeente zich richten op het verhogen van de kwaliteit van de nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad en het verhogen van het aandeel levensloopbestendige woningen. Herstructurering en nieuwbouw zal samengaan met investeringen in duurzaamheid van woningen.

De toekomstvisie geeft een mogelijk toekomstperspectief voor de gemeente, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. In deze visie zijn 20 streefbeelden opgenomen.

Het streefbeeld wat van toepassing is op (het grootste deel van) het plangebied:

"Streefbeeld 15 : Werkgelegenheid in kernen, concentraties technische en productiebedrijven in grotere kernen. Hof van Twente beschikt in 2030 over een uitstekende bereikbaarheid over spoor, weg en water. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor het vestigen van bedrijven in de gemeente. Binnen de gemeente is een grote diversiteit aan locaties ten behoeve van bedrijven. Voor grotere bedrijven is er het bedrijventerrein Zenkeldamshoek in Goor.

Wat de behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen betreft: door revitalisering en in hoogte bouwen (efficiënter ruimtegebruik) is de behoefte aan nieuwe terreinen beperkt. Bedrijventerreinen en bedrijfsverzamelgebouwen zullen in belangrijke mate centraal worden gecreëerd en gerevitaliseerd. Maar ook voor die centrale bedrijventerreinen geldt, dat ze voor lokale bedrijvigheid van binnen de gemeente bedoeld blijven en géén regionale functie bezitten.

In de kleine kernen beperkt zich dit tot werkelijk lokaal gebonden bedrijvigheid. Niet sociaal economisch gebonden bedrijven zijn aangewezen op de centrale kernen. Ook in industrieeleconomisch opzicht biedt de demografische krimp kansen om de focus te verleggen van expansie naar kwaliteit en duurzaamheid van bedrijventerreinen.

De directe nabijheid van de zich sterk ontwikkelende kenniseconomie in de regio Twente en de Euregio is een voordeel voor kleinere bedrijven en vooral voor kennis- en netwerkeconomie. Dit zorgt er voor dat ook jongeren hun kennis kunnen aanwenden in bedrijven gevestigd in onze gemeente.
Goede netwerken in de regio en actieve ondersteuning van al gevestigde ondernemers in de regio bieden de beste kans om onze aantrekkelijkheid om te zetten in economische activiteit."

Bedrijventerreinvisie (2011 - 2021)

In januari 2011 is de bedrijventerreinvisie vastgesteld. In dit plan wordt een onderbouwing gegeven van de gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de bedrijventerreinen en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze ontwikkelingen daadwerkelijk te realiseren. De gemeente streeft ernaar om voor ieder type bedrijvigheid een passend terrein te vinden of te creëren, waarbij de focus ligt op het verbeteren van de bestaande terreinen en zo min mogelijk op nieuwe locaties. Ook ligt het accent op duurzaamheid en kwaliteit van de bestaande ruimte.

In de bedrijventerreinvisie staat ook vermeld dat op terreinen voor bedrijven voor de milieucategorieën 1 en 2 dienstwoningen in principe zijn toegestaan. Op terreinen die zijn aangewezen voor zwaardere bedrijven, in een hogere bedrijfscategorie, zijn geen dienstwoningen toegestaan.

Woonvisie 2009-2013 'Groeien in kwaliteit'

In april 2009 heeft de gemeente Hof van Twente een woonvisie voor de periode 2009-2013 vastgesteld. De gemeente staat voor een grote opgave. De komende jaren zal de bevolking verder vergrijzen, waardoor er een einde komt aan een periode van geleidelijke bevolkingsgroei. De gemeente wil een zo goed mogelijk woonklimaat bieden aan de bestaande inwoners.

De nieuwe visie “groeien in kwaliteit” vormt een actuele basis om samen met andere partijen op de woningmarkt te zorgen dat ook in de toekomst alle inwoners van de Hof van Twente naar wens kunnen blijven wonen.

Het collegeprogramma 2010-2014 van de gemeente geeft inzake 'wonen' het volgende aan:

In kwantitatieve en kwalitatieve zin wordt gebouwd voor de eigen bewoners. Innovatieve woningbouwprojecten ten behoeve van de doelgroepen van beleid, zoals betaalbaar bouwen middels concepten voor starters, krijgen een vervolg. Collectief Particulier Opdrachtgeverschap zal ook buitren de kernen Diepenheim en Bentelo worden toegepast. Voor de doelgroep senioren worden de basiseisen WoonKeur gehanteerd en aanpasbaar bouwen wordt zo mogelijk de standaard.

Welstandsnota Hof van Twente (2012)

Op grond van de wijziging van de Woningwet zijn gemeenten voor het welstandstoezicht verplicht te beschikken over een door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. De Welstandscommissie dient vervolgens de bouwplannen aan deze, door de gemeenteraad geformuleerde en voor iedereen kenbare uitgangspunten te toetsen. De Welstandsnota Hof van Twente uit 2004 is in 2012 geëvalueerd en een nieuwe welstandsnota is op 2 oktober 2012 in werking getreden.

De welstandsnota geeft in hoofdlijnen aan welke beleidsmatige inzet en procedures het gemeentebestuur kiest voor het voeren van welstandstoezicht. Op basis van een verkenning van de gemeente zijn gebiedsgerichte criteria voor deelgebieden van landschappen en kernen en objectgerichte criteria beschreven. Per deelgebied is aangeduid hoe en waarop het gemeentebestuur bouwplannen gaat toetsen.

Het eigenlijke bedrijventerrein valt in de welstandsnota onder de gebiedscategorie 'Industrie'. De lintbebouwing, bestaande uit woningen en kleinschalige bedrijfsbebouwing langs de Haaksbergerweg, wordt gerekend tot het deelgebied: Linten 'los op de kavel'. De overige woonbebouwing in het gebied ten noorden van de Haaksbergerweg ligt in de deelgebied 'Buurten'. Deze categorie omvat alle woonbuurtjes buiten de historische kernen en de linten.

Gemeentelijk mobiliteitsplan (2007)

De gemeente heeft in december 2007 een mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan biedt een overzicht van maatregelen op verkeersgebied die erop gericht zijn om de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de veiligheid van de woningen en de bedrijven te verbeteren. Dit plan biedt tevens een kader waaraan ruimtelijke plannen met betrekking tot deze aspecten kunnen worden getoetst. In het bijbehorende maatregelenpakket wordt het beleid naar de praktijk vertaald.

Relevante doelstellingen zijn de volgende:

  • het wegen- en stratennet wordt duurzaam veilig ingericht en heringericht;
  • het fietsverkeer wordt gestimuleerd, het fietsroutenetwerk wordt verbeterd;
  • bij nieuwbouwplannen wordt een parkeertoets en een mobiliteitstoets uitgevoerd.

Met deze doelstellingen wordt bij het beheer, de inrichting en de eventuele ontwikkelingen in het plangebied rekening gehouden.

Verder gelden voor het vrachtwagenverkeer van en naar bedrijventerreinen de volgende specifieke doelstellingen:

  • De bereikbaarheid van bedrijventerreinen moet gewaarborgd blijven en, waar mogelijk en noodzakelijk, worden verbeterd. Het gaat daarbij om een goede directe ontsluiting van verkeer en vrachtverkeer naar het hoofdwegennet, zodat dit (vracht)verkeer niet (meer) door de woonwijken rijdt als het daar niet thuis hoort.
  • Vanwege de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid moet het parkeren en laden en lossen op eigen terrein plaatsvinden en niet op de openbare weg.

Ten slotte streeft de gemeente ernaar om op het gemeentelijke grondgebied geen reguliere routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vast te stellen.

Waterplan Hof van Twente (2004)

Het Waterplan is een overkoepelend beleidsstuk over het waterbeheer in de gemeente Hof van Twente dat ook door de waterbeheerders - de waterschappen Regge en Dinkel en Rijn en IJssel en drinkwaterleidingbedrijf Vitens is vastgesteld. Het waterplan geeft een visie hoe het watersysteem binnen de gemeente over ongeveer 25 jaar er uitziet en welke maatregelen er op korte en lange termijn daarvoor nodig zijn. De visie wordt op basis van drie invalshoken beschreven, te weten:

Twents landschap

Water speelt een belangrijke rol in het gevarieerde en kleinschalige landschap. Het water is zo ingericht dat het meerdere functies tegelijk kan vervullen. Het waterbeheer sluit zoveel mogelijk aan bij de natuurlijke omstandigheden, zoals hoogteligging, grondwaterstroming en bodemsoort.

Ruimte voor water

De visie is gericht op het ontwikkelen van een robuust en veerkrachtig systeem met als doel wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. Om dit te bereiken is is er voldoende ruimte nodig voor het vasthouden en tijdelijk bergen van water. Voor de verbetering van de waterkwaliteit dienen de vervuilende lozingen te worden beperkt. Door het afkoppelen van schoon hemelwater van de riolering wordt de emissie door lozingen vanuit riooloverstorten en rioolwaterzuiveringen gereduceerd.

Beleving van water

in de woon- en werkomgeving is water zichtbaar, bereikbaar en veilig voor bijvoorbeeld vissers en wandelaars. Zichtbaar water dat wordt beleefd, is er niet alleen om van te genieten, maar ook om er bewust van te zijn. Om dit te bereiken wordt hemelwater bij voorkeur met bovengrondse voorzieningen ingezameld en geinfiltreerd.

Verbreed Rioleringsplan 2013 - 2016

In de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke watertaken geregeld. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor:

  • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater;
  • Het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater;
  • grondwater(maatregelen).

De doelmatige uitvoering van deze zorgplichten is in het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) vastgelegd en gaat uit van de volgende principes:

De trits "vasthouden - bergen - afvoeren" houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water in de bodem te infiltreren. Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie kan overwogen worden het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving.

De trits "Schoonhouden - scheiden - schoonmaken" omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren waterhoeveelheden worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement worden verhoogd.

In het GRP zijn de gemeentelijke zorgplichten nader gedefinieerd. Maatregelen in particulier gebied behoren tot de zorgplichten van de eigenaar.

Groenstructuurplan (2003)

Het gemeentelijke groenstructuurplan bevat een lange termijn visie op de inrichting en het beheer van het groen in de openbare ruimte. Groene elementen in de openbare ruimte hebben veelal een onderlinge samenhang en vormen zo een groenstructuur. Deze structuur hangt nauw samen met de stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw van een stad of dorp. Vaak is de aanwezigheid van groen gekoppeld aan rode functies (gebouwen) doordat het deze aankleedt of accent geeft. De relatie tussen groen en rood is dan ook een belangrijk aspect binnen een Groenstructuurplan.

Binnen de groenstructuur speelt de bomenstructuur een overheersende rol. Bomen zijn door hun ruimtelijke werking de meest beeldbepalende groenelementen en daarom sterk sfeerbepalend. Om die reden heeft de gemeente ook een aparte Bomenverordening waarin voorgeschreven wordt hoe moet worden omgegaan met het 'Bewaren van houtopstanden'.

Verder zijn ook vakbeplantingen, gazons en waterelementen van betekenis binnen de groenstructuur. Een belangrijke opgave van het Groenstructuurplan is om alle groene en blauwe onderdelen te integreren tot een samenhangend geheel dat op basis van één visie wordt beheerd en ontwikkeld.

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Bomenverordening

Het college van B&W heeft een lijst met 320 monumentale bomen in Hof van Twente vastgesteld. De status van een monumentale boom is sterk en is vastgelegd in de Bomenverordening. Voor een monumentale boom wordt in beginsel geen kapvergunning afgegeven. De bomenlijst is dynamisch. Nieuwe bomen en boomgroepen kunnen aan de lijst toegevoegd worden en ook kunnen houtopstanden eraf worden gehaald. De lijst bestaat nu uit ongeveer 320 monumentale houtopstanden.

In de toelichting op de Bomenverordening wordt een bepaalde wijze van bestemmen van de monumentale bomen voorgestaan. In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan staan een aantal monumentale bomen die planologisch moeten worden beschermd.

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Nota externe veiligheid (2012 - 2015)

De beleidsnota Externe Veiligheid 2012 – 2015 geeft samen met de in 2007 vastgestelde Beleidsnota Externe Veiligheid “Bewuste veiligheid op maat” 2007 – 2010 aan hoe de gemeente invulling en uitvoering geeft aan de wettelijke externe veiligheidstaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving en ruimtelijke ordening. Tevens is aangegeven hoe externe veiligheid wordt meegewogen in te nemen besluiten op andere beleidsvelden en hoe inwoners bewust worden gemaakt van mogelijke risico’s met betrekking tot externe veiligheid.

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van hen die niet betrokken zijn bij risicovolle activiteiten, maar die als gevolg van die activiteiten wel risico lopen. Om deze reden dient er in woongebieden rekening gehouden te worden met het aspect externe veiligheid. Daarbij spelen bedrijven een rol die met gevaarlijke stoffen werken. Verder met rekening gehouden worden met vervoer van gevaarlijke stoffen (via de weg, spoor of buisleidingen).

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Archeologiebeleid

Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische waardenkaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge en een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. De te hanteren criteria zijn in de onderstaande tabel in beeld gebracht. Dit beleid dient vertaald te worden in de planregels van de bestemmingsplannen die in procedure worden gebracht.

Archeologisch monument   Bodemverstorende activititeiten zijn alleen toegestaan op basis van een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed  
Overige AMK-terreinen en historische kernen   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m2 of meer  
Hoge verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2.500 m2 of meer  
Middelhoge verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5.000 m2 of meer  
Lage verwachting   Bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer  

De onderhavige actualisering van de geldende bestemmingsplannen in het plangebied past binnen het geformuleerde beleid.

Nota gemeentelijk geluidbeleid 2011 - 2020

De nota draagt bij aan het behoud van een goede gezondheid, een maatschappelijk verantwoordelijke economische bedrijvigheid en een adequate bescherming van de fysieke natuurlijke leefomgeving.

De nota zorgt ervoor dat geluidaspecten in te nemen milieu- en / of ruimtelijke en / of bouw- en woningtoezicht besluiten zorgvuldig en transparant worden afgewogen en meegewogen. Uitgangspunt daarbij is dat gezondheidseffecten door geluidoverlast of –hinder door bedrijven of ten gevolge van verkeersbewegingen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel worden beperkt door het stellen van geluidnormen. Tegelijkertijd worden bedrijfsmatige activiteiten niet onnodig beperkt.

Beleidsambities voor bedrijventerreinen

Voor industrielawaai op gezoneerde bedrijventerreinen wordt getoetst op de zonegrens waarvoor een norm van 50 dB(A) geldt. De geluidambitie voor industrielawaai op niet gezoneerde bedrijventerreinen is 45 dB(A), 40 dB(A) en 35 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode en de plafondwaarden bedragen 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode. De geluidambitie voor het wegverkeerslawaai op gezoneerde bedrijventerreinen is 43 dB(A) met als plafondwaarde 63 dB(A).

Aangezien onderhavige plangebied gedeeltelijk een gezoneerd bedrijventerein betreft, wordt in dit bestemmingsplan de geluidzone planologisch vastgelegd. In paragraaf 4.9 wordt nader op dit aspect ingegaan.