direct naar inhoud van 4.4 Toelichting op de bestemmingen
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS30

4.4 Toelichting op de bestemmingen

In onderstaande paragrafen zijn de toegekende bestemmingen nader toegelicht. Hierbij is rekening gehouden met het verwoorde provinciale, regionale en gemeentelijke beleid (zie bijlage Beleidskader).

4.4.1 Agrarische bestemmingen

Binnen de gemeente Hof van Twente is het agrarisch gebied in de vigerende bestemmingsplannen onderverdeeld in verschillende 'soorten' agrarisch gebied. Dit onderscheid houdt verband met de voorkomende landschaps- en natuurwaarden in de verschillende gebieden.

De toekenning van de gebiedsbestemming heeft plaatsgevonden aan de hand van de landschapsanalyse, de veldinventarisatie, de luchtfoto's, de begrenzingen in de omgevingsvisie Overijssel en de voorgaande bestemmingsplannen. Daarbij heeft afstemming plaatsgevonden met de gebiedsindeling van het Landschapsontwikkelingsplan.

De voorkomende waarden hebben betrekking op landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden als vastgelegd in de kaderstellende stukken (zie bijlage Beleidskader). Een nieuwe indeling wordt mede gebaseerd op een vereenvoudiging in regelgeving ten aanzien van het omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Hierdoor komen verschillen te vervallen en is het aantal gebiedsbestemmingen teruggebracht tot twee.

De gebiedsbestemmingen betreffen:

  • Agrarisch;
  • Agrarisch met waarden, waarbij voorkomende waarden met een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden worden beschermd, te weten: openheid, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, waterhuishouding en natuur. De waarde 'openheid' is hierbij apart aangeduid.

De gebiedsbestemming Agrarisch met waarden is gelegen in de open en reliëfrijke delen van het essenlandschap, het kleinschalige en onregelmatige patroon van singels, houtwallen, zandpaden en bosjes rond de omsloten kampen in het kampenlandschap, de uitgestrekte langwerpige velden met zichtbare ontginningsgrenzen in het veldontginningslandschap en de openheid en grootschaligheid in het broekontginningslandschap.

De overige agrarische gronden in het plangebied hebben de gebiedsbestemming Agrarisch toegekend gekregen.

4.4.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

De aanwezige waarden in het agrarisch gebied worden beschermd door middel van een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, waarin is opgenomen dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning diverse andere-werken en werkzaamheden uit te voeren. Hiermee worden bijzondere waarden beschermd, zoals openheid, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, de waterhuishouding en de natuur.

4.4.1.2 Wel of geen agrarische bestemming?

De agrarische sector is aan schaalvergroting onderhevig. Enerzijds groeien veel bedrijven en anderzijds stoppen veel agrariërs hun bedrijfsvoering. Enkelen van hen houden een deel van de agrarische activiteiten aan.

Alle functionerende agrarische bedrijven krijgen een agrarisch bouwvlak op maat toegekend. Het uitgangspunt is dat de vigerende bouwvlakken ten aanzien van agrarische bedrijven worden aangehouden, tenzij expliciet is aangetoond dat het feitelijk gebruik is gewijzigd. Dit kan blijken doordat:

  • de bestemming op een betreffende locatie is gewijzigd middels een wijzigingsplan of bestemmingsplanherziening;
  • de milieuvergunning voor de agrarische bedrijfsactiviteiten is/wordt ingetrokken;
  • de eigenaar verzoekt de bestemming te herzien in wonen, met uitzondering van percelen die gelegen zijn in de landbouwontwikkelingsgebieden en waarvan een omzetting ruimtelijk en milieutechnisch mogelijk is;
  • er feitelijk een ander gebruik plaatsvindt, dat positief bestemd kan worden (bijvoorbeeld dat er op een locatie wordt gewoond en dat hierdoor geen omliggende bedrijven worden gehinderd in de bedrijfsvoering).

In het buitengebied doen zich ook steeds vaker situaties voor waar wonen de hoofdfunctie vormt en agrarische activiteiten een hobbymatige activiteit zijn.

Om na te gaan of een bedrijf een reële omvang heeft voor de toekenning van een agrarisch bouwvlak kan gewerkt worden met de Nederlandse grootte-eenheid (nge) zoals aangegeven door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Het aantal nge dat op een bedrijf aanwezig is kan aan de hand van het aantal en soort dieren of de te verbouwen oppervlakte gewas worden bepaald. De Nederlandse grootte-eenheid is een maat om de economische omvang van verschillende typen boerenbedrijven met elkaar te kunnen vergelijken. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de hoeveelheid grond en naar het gebruik dat de boer van de grond maakt. Volgens de definitie van het CBS heeft een volwaardig bedrijf een omvang van 70 nge. Kleinere bedrijven kunnen echter doorgroeien of opvolging hebben.

In het belang van de agrarische sector is in Hof van Twente besloten de bestemming 'Agrarisch' zo lang mogelijk toe te kennen.

Bij een omvang groter of gelijk aan 10 nge wordt een agrarische onderneming als 'bedrijfsmatig' gezien en wordt een agrarisch bouwvlak toegekend. Boven de 10 nge is er doorgaans sprake van de aanwezigheid van, en behoefte aan, een substantiële hoeveelheid opstallen, wat een eigen bestemming vereist en rechtvaardigt. Uitgangspunt bij de nge-telling in dit bestemmingsplan is het bedrijfsmatig houden van dieren. Bij een omvang kleiner dan 10 nge, is er feitelijk geen sprake meer van agrarische activiteiten en is een woonbestemming toegekend. Dit geldt niet in de landbouwontwikkelingsgebieden, waar de agrarische bestemmingen zo veel mogelijk behouden blijven.

Overigens is in 2010 een nieuwe rekeneenheid in gebruik genomen voor de bedrijfsomvang en het bedrijfstype: de Standaardopbrengst (SO). Aangezien alle beschikbare informatie voor dit bestemmingsplan in nge's is weergegeven, is van deze rekeneenheid gebruik gemaakt.

4.4.1.3 Bouwvlak

De vorm en ligging van het toe te kennen bouwvlak vormen individueel maatwerk. De bedrijfsgebouwen en overige bouwwerken dienen in principe binnen het bouwvlak te worden opgericht. Aan de hand van de huidige situering van de kavel (bestaande rechten uit de vigerende bestemmingsplannen) met de daarin gelegen bedrijfsgebouwen en verhardingen (op basis van de luchtfoto's) én rekening houdend met de bestaande waarden en functies in de omgeving, kan de grens van de nieuwe bouwvlakken worden bepaald. Uitgangspunt voor de omvang van het toe te kennen bouwvlak is het vigerende bouwvlak met daarbij een zekere uitbreidingsruimte voor de komende planperiode daar waar een bouwvlak al volledig benut is.

Er wordt een bouwvlak op maat toegekend, op basis van de huidige kavel, het huidig gebruik en bedrijfsontwikkeling, tot een bovengrens van 1,5 ha voor grondgebonden agrarische bedrijven. Voor het bouwvlak van intensieve veehouderijen geldt het Reconstructiebeleid:

  • in landbouwontwikkelingsgebieden 2 ha of de werkelijke grootte, met een wijzigingsbevoegdheid voor uitbreiding tot 3 ha;
  • in verwevingsgebieden 1 ha of de werkelijke grootte;
  • in extensiveringsgebieden de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen.
4.4.1.4 Toegestane activiteiten bij recht

Binnen de agrarische bouwvlakken zijn de volgende agrarische activiteiten bij recht toegestaan:

  • grondgebonden landbouw (akkerbouw, paardenfokkerij/-houderij, melkveehouderij/rundveehouderij, tuinbouw, boomkwekerij);
  • niet-grondgebonden landbouw (intensieve veehouderij):
    - in extensiveringsgebied en verwevingsgebied waar bestaand;
    - in landbouwontwikkelingsgebied op alle agrarische bouwvlakken;
  • glastuinbouwbedrijven daar waar bestaand en aangeduid.

De aanleg van boomkwekerijen is niet toegestaan in gebieden met waarde openheid.

Bij de uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt geldt dat een afstand van 50 meter aangehouden moet worden tot gevoelige functies in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze afstandseis is gebaseerd op jurisprudentie.

4.4.1.5 Bouwwerken op het bouwvlak

Op het agrarisch bouwvlak zijn de volgende bouwwerken toegestaan, die in principe binnen het agrarisch bouwvlak dienen te worden opgericht:

  • de agrarische bedrijfsgebouwen (maximale goothoogte 5 m, maximale bouwhoogte 12 m);
  • het bestaande aantal vergunde bedrijfswoningen;
  • de bijgebouwen bij de bedrijfswoning (vrijstaand of gekoppeld met een ondergeschikt tussenlid behorend bij de bedrijfswoning);
  • overige bouwwerken waaronder:
    - mestsilo's, hooibergen, voedersilo's (maximale bouwhoogte 15 m);
    - sleufsilo's en kuilvoerplaten (maximale bouwhoogte 6 m);
    - overige bouwwerken (maximale bouwhoogte 2 m);
    - caravanstalling (maximaal 500 m2 en alleen toegestaan in bestaande bebouwing).

Buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Dit is met name bedoeld voor terreinafscheidingen en veekeringen.

4.4.1.6 Eerste bedrijfswoning

Vrijwel alle agrarische bedrijven hebben reeds de beschikking over een bedrijfswoning. De maximale inhoudsmaat voor een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf is in de vigerende bestemmingsplannen vastgelegd op 600 m3. Deze maat wordt in dit bestemmingsplan vergroot naar 750 m3. Daarnaast geldt voor woningen die reeds groter zijn dat de bestaande grotere inhoudsmaten gerespecteerd blijven.

4.4.1.7 Tweede bedrijfswoning

In een enkele agrarische bedrijfssituatie kan de noodzaak tot het oprichten van een tweede bedrijfswoning aanwezig zijn. De hieronder genoemde criteria worden gehanteerd voor het oprichten van een 2e bedrijfswoning:

  • er is sprake van een blijvend, duurzaam bedrijf met een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar;
  • er is op basis van de dierbezetting sprake van minimaal 2 arbeidskrachten die fulltime op het bedrijf werkzaam zijn (dieren moeten ter plaatse aanwezig zijn);
  • de afstand van de bedrijfswoning tot één van de bedrijfsgebouwen mag niet groter zijn dan 25 meter;
  • door de bedrijfswoning mag voor de naastgelegen bedrijven milieutechnisch geen belemmering voor hun ontwikkeling ontstaan;
  • er is slechts één bestaande en legale bedrijfswoning aanwezig;
  • er is nog geen 2e bedrijfswoning bij het bedrijf gebouwd, die vervolgens is afgezonderd;
  • er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.

De bedrijfsomvang/arbeidsbehoefte werd tot nu toe altijd uitgedrukt in NGE (Nederlandse grootte eenheden). Al enkele jaren hanteert het LEI voor de bedrijfsomvang de eenheid standaard-opbrengst (SO) per mensjaar. Bij een onderzoek naar melkveebedrijven door het LEI is gebleken dat er tussen het aantal mensjaren en het daadwerkelijk aantal aanwezige onder-nemers op het bedrijf sprake is van een bepaalde factor. Voor bedrijven met een standaardopbrengst groter dan € 250.000,00 is die factor gemiddeld 1,6. Er bestaat geen aanleiding om te veronderstellen dat die factor bij andere bedrijfstypen anders zal zijn. Daarom wordt voorgesteld bij het bepalen van de bedrijfsomvang in Volwaardige Arbeidskrachten (VAK - arbeidskrachten die fulltime op het bedrijf werkzaam zijn) gebruik te maken van de rekenmodule van het LEI en daarbij een gemiddelde standaardnorm te hanteren van bedrijven met een standaard opbrengst groter dan € 250.000,00 en deze uitkomst te delen door een factor 1,6. Deze standaardopbrengsten en normen worden jaarlijks door het LEI aangepast.


Ter illustratie enkele voorbeelden:

Rundveebedrijf:
- 170 melkkoeien
- 100 stuks jongvee
SO is € 479.400,--/gemiddelde standaardnorm € 148.500,--/1,6 = 2,01 VAK  

Mestvarkensbedrijf:
- 5500 vleesvarkens
SO is € 1.210.000,--/gemiddelde standaardnorm € 300.000,--/1,6 = 2,5 VAK  

Gesloten varkensbedrijf:
- 2 dekberen
- 220 zeugen
- 700 gespeende biggen
- 3500 vleesvarkens.
SO is € 1.009.760,--/gemiddelde standaardnorm € 300.000,--/1,6 = 2,1 VAK  


Voor het oprichten van een tweede bedrijfswoning is in dit bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen

4.4.1.8 Uitbreiding van een grondgebonden agrarisch bedrijf of intensieve veehouderij

Grondgebonden agrarisch bedrijf

Grondgebonden agrarische bedrijven spelen een belangrijke rol bij het beheer en de instandhouding van het landelijk gebied. Daarom wordt aan deze bedrijven ruimte geboden om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Het provinciaal beleid geeft geen maximale oppervlaktematen aan, zodat de gemeente hier zelf invulling aan kan geven. Onder voorwaarden wordt een uitbreiding toegestaan van maximaal 0,5 ha ten opzichte van het bij recht toe te kennen oppervlak van maximaal 1,5 ha. Indien een bouwvlak ontstaat dat groter is dan 1,5 ha, moet uit een onderbouwing conform de systematiek van de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van de provincie Overijssel worden aangetoond dat de uitbreiding van het agrarisch bedrijf in balans is met de investeringen in de omgevingskwaliteit.

Intensieve veehouderij

In landbouwontwikkelingsgebieden wordt ruimte geboden voor uitbreiding van agrarische bouwvlakken van intensieve veehouderijen. Grootschalige uitbreidingen, tot een bouwvlak van maximaal 3 ha, zijn alleen mogelijk als is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en landschappelijk kapitaal voldoende wordt gecompenseerd door te investeren in ruimtelijke kwaliteit.

In verwevingsgebieden geldt dat op locaties waar nu geen intensieve veehouderij aanwezig is, deze ook niet ontwikkeld kan worden.

Op locaties waar nu wel een intensieve veehouderij aanwezig is kan een uitbreiding plaatsvinden tot maximaal 1,5 ha. Er kan ook een groter bouwvlak worden toegekend indien sprake is van een gemengd bedrijf of een niet-agrarische bedrijfstak (bv een bio-energie-installatie). Voorwaarde is dat voorkomen wordt dat de productieruimte van de intensieve veehouderijtak de 1,5 ha overschrijdt. Het toekennen van sterlocaties is mogelijk op grond van het provinciale beleid, maar wordt, als dit aan de orde is en mogelijk is, middels een partiële herziening geregeld en niet in komend bestemmingsplan.

In extensiveringsgebieden bestaan geen mogelijkheden voor uitbreiding van een intensieve veehouderij(tak). Daarom wordt ook de bestaande omvang vastgelegd.

Er is een afwijkingsbevoegdheid van de bouwregels opgenomen voor het overschrijden van de bouwgrenzen aan maximaal twee zijden, mits:

  • de bouwgrens per zijde met maximaal 25 m wordt overschreden;
  • de overschrijding noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het bedrijf;
  • de oppervlakte van het fictieve bouwvlak voor grondgebonden agrarische bedrijven dat ontstaat niet groter wordt dan 2 ha (3 ha in het LOG);
  • de oppervlakte van het fictieve bouwvlak voor intensieve veehouderijen niet groter wordt dan 1,5 ha (3 ha in het LOG);
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;

Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten of wijzigen van het agrarisch bouwvlak in het extensiveringsgebied en het verwevingsgebied ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven, mits:

  • dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf;
  • het bouwvlak hierdoor geen groter aaneengesloten oppervlak krijgt dan 2 ha;
  • er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;

Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten of wijzigen van het agrarisch bouwvlak in landbouwontwikkelingsgebied, mits:

  • dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf;
  • het bouwvlak hierdoor geen groter aaneengesloten oppervlak krijgt dan 3 ha;
  • er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;

Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten of wijzigen van het agrarisch bouwvlak ten behoeve van intensieve veehouderij in verwevingsgebied, mits:

  • dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf;
  • het bouwvlak hierdoor geen groter aaneengesloten oppervlak krijgt dan 2 ha, waarbij de oppervlakte ten behoeve van de intensieve veehouderijtak niet groter wordt dan 1,5 ha. Daarbij dient aangegeven te worden welk deel van het bouwvlak niet voor de intensieve veehouderijtak gebruikt wordt;
  • er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;

Met voorgaande regelingen dient conform de systematiek van de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van de provincie Overijssel voldoende te worden aangetoond dat de uitbreiding van het agrarisch bedrijf in balans is met de investeringen in de omgevingskwaliteit.

4.4.1.9 Omschakeling

Omschakeling naar een grondgebonden agrarisch bedrijf

Omschakeling naar een grondgebonden bedrijf wordt bij recht overal toegestaan binnen een bestaand agrarisch bouwvlak. Bij grondgebonden agrarische bedrijven gaat het om activiteiten die zorg dragen voor het onderhoud en beheer van het omringende landschap. Deze functie kan daarom overal worden toegestaan.

Omschakeling naar een intensieve veehouderij

Omschakeling naar intensieve veehouderij wordt, op grond van het provinciaal beleid, bij recht toegestaan op bestaande agrarische bouwvlakken in de landbouwontwikkelingsgebieden. Het hervestigen en/of oprichten van een intensieve veehouderij wordt door de gemeente passend geacht in de landbouwontwikkelingsgebieden op bestaande agrarische bouwvlakken Het gaat echter om functies waarvan de ruimtelijke impact en milieu-impact groot is. Een goede afweging om een nieuwe intensieve veehouderij toe te staan is dan ook noodzakelijk en daarom niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Indien blijkt dat op grond van het initiatief en de belangenafweging medewerking kan worden verleend, kan dit met een aparte planologische procedure worden geregeld.

Nieuwvestiging van bedrijven draagt bij aan een verdere verstening van het landelijk gebied. Gelet op de alternatieven die aanwezig zijn in de vorm van hergebruik van vrijkomende agrarische bouwblokken is er dan ook niet direct noodzaak om nieuwvestiging op nieuw toe te kennen agrarische bouwvlakken toe te staan. Aan nieuwvestiging wordt daarom in principe geen medewerking verleend. Indien er een bedrijf is waar het gaat om verplaatsing in verband met het realiseren van grote publieke belangen of indien verplaatsing verband houdt met het ontbreken van milieuruimte waardoor de ontwikkeling van een bedrijf op slot zit kan, na toetsing en belangenafweging, een aparte planologische procedure gevolgd worden.

4.4.1.10 Teeltondersteunende voorzieningen

Teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen die de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten bevorderen en beschermen. Te denken valt aan tunnel- en boogkassen, containerteelt, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen en regenkappen.

De aanvaardbaarheid is mede afhankelijk van aard en verschijningsvorm in relatie tot de kwaliteit van het gebied. De volgende ruimtelijke afwegingen spelen een rol:

  • grondgebonden - niet-grondgebonden;
  • langdurig (langer dan 3 maanden) - tijdelijk;
  • laag (maximaal 1,5 m) - hoog;
  • open - dicht;
  • situering binnen of buiten bouwvlakken;
  • oppervlakte.

Teeltondersteunende voorzieningen buiten de bouwkavel worden in dit bestemmingsplan expliciet uitgesloten in verband met het behoud van de waarden die voorkomen in het landschap.

4.4.1.11 Mestvergisting

Mestvergisting(sbedrijven) worden met een afwijking van gebruiks- en/of bouwregels toegestaan op agrarische bouwpercelen in verwevingsgebied of landbouwontwikkelingsgebied, waarbij de maximale hoeveelheid te verwerken mest bepaald is op 15.000 m3 per jaar.

Installaties met een grotere omvang zijn alleen mogelijk bij grotere clusters van intensieve veehouderijen of op bedrijventerreinen.

4.4.1.12 Paardenbakken

Paardenbakken worden met een afwijking van gebruiks- en/of bouwregels mogelijk gemaakt op agrarische bouwvlakken en op/direct aansluitend aan een bestemmingsvlak waar een woning op aanwezig mag zijn. Voor de toetsing gelden de volgende voorwaarden:

  • de oppervlakte bedraagt maximaal 1.200 m2 op een agrarisch bouwvlak;
  • de oppervlakte bedraagt maximaal 800 m2 op een bestemmingsvlak met de bestemming Wonen of direct aansluitend aan een bestemmingsvlak Wonen;
  • terreinafscheidingen mogen maximaal 1,5 m hoog zijn;
  • de paardenbak dient op een landschappelijk verantwoorde manier te worden ingepast;
  • er mogen geen lichtmasten worden opgericht.

De omschakeling naar een manege is niet toegestaan.

4.4.2 Bedrijf

Alle bestaande legale niet-agrarische bedrijven krijgen een passende (bedrijfs)bestemming, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen agrarisch hulpbedrijf en overige bedrijvigheid (in lijst specifiek genoemd, inclusief functies met detailhandel waarvan het specifieke gebruik is benoemd). De aard van de activiteit en de maximaal toegestane oppervlakte van de bebouwing zijn vastgelegd.

Wijziging van bedrijfsactiviteiten

Er is een afwijking van de gebruiks- en/of bouwregels opgenomen voor het veranderen van de bedrijfsactiviteiten. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • de nieuwe activiteit is opgenomen in de categorieën 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten dan wel het betreft een bedrijf dat voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf zoals genoemd in de categorieën 1 of 2;
  • de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een vergroting van de verkeersaantrekkende werking;
  • het perceel dient voorzien te zijn van een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • overtollige bebouwing wordt gesloopt.
4.4.3 Bedrijf - VAB

De bestemming Bedrijf - VAB heeft betrekking op locaties waar in het verleden met de VAB-regeling nieuwe activiteiten zijn toegestaan op het gebied van niet-agrarische bedrijvigheid, cultuur en ontspanning, horeca, kantoor of maatschappelijk. De aard van de activiteit en de maximaal toegestane oppervlakte van de bebouwing worden vastgelegd in bijlage 4b bij de regels.

Aangezien de bedrijvigheid op grond van de VAB-regeling mogelijk zijn geworden geldt dat geen uitbreiding in oppervlakte en/of hoogte van de bebouwing wordt toegestaan. Ook vervangende nieuwbouw is niet toegestaan.

Wijziging van bedrijfsactiviteiten

Er is een afwijking van de gebruiks- en/of bouwregels opgenomen voor het veranderen van de bedrijfsactiviteiten. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • de nieuwe activiteit is opgenomen in de categorieën 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten dan wel het betreft een bedrijf dat voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf zoals genoemd in de categorieën 1 of 2;
  • de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een vergroting van de verkeersaantrekkende werking;
  • het perceel dient voorzien te zijn van een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • overtollige bebouwing wordt gesloopt.
4.4.4 Bedrijf - Zandwinning

Het zandwinningbedrijf De Domelaar bij Markelo is bestemd als 'Bedrijf - Zandwinning'. De bebouwing rondom de plas wordt bestemd ten gunste van de bedrijfsvoering bij de zandwinplas Domelaar II. Binnen deze bestemming zijn daarnaast bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2,5 m. Na realisatie van De Domelaar II kan de bestemming worden gewijzigd naar Natuur, ten behoeve van natuurontwikkeling en extensieve dagrecreatie. De zandwinplas Domelaar I wordt nu reeds bestemd tot water en natuur.

4.4.5 Bos

Buiten de EHS en Natura 2000-gebieden zijn bosgronden bestemd als Bos. Deze gronden zijn bedoeld voor bos en houtopstanden en zijn tevens bestemd voor multifunctionele bosbouw, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van algemene natuur- en landschapswaarden, voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding en voor recreatief medegebruik.

De bestaande bosgebieden worden op basis van de vigerende bestemmingsplannen én het feitelijk gebruik (op basis van luchtfoto's) aangegeven op de verbeelding. In de grotere bosgebieden komen sporadisch open plekken voor welke onderdeel uitmaken van het bos als geheel en daarom ook zo zijn bestemd.

Indien houtopstanden kleiner zijn dan 10 are worden ze als landschapselement gezien en geregeld binnen de bestemming (bijvoorbeeld Agrarisch met Waarden) waarin ze zijn gelegen.

Onder multifunctionele bosbouw wordt verstaan: ”Het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van natuur, houtproductie, landschap milieu of recreatie”.

Het duurzame gebruik van de gronden als bos is daarbij een belangrijke eigenschap van multifunctionele bosbouw. Het perceelsgewijs kappen door bedrijven geregistreerd bij het bosschap is toegestaan maar mag geen blijvende schade toebrengen aan de omgevingskwaliteit (veelal kleinschaligheid van het landschap).

Ten aanzien van het natuurbeheer geldt dat voor werken geen gebouw zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen geen omgevingsvergunning vereist is. Werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van bos en natuur betreffen zijn bij recht toegestaan aangezien deze maatregelen bijdragen aan de instandhouding van het bestemde gebruik. De aanwezige houtopstanden worden verder beschermd vanuit de bomenverordening. Deze verwijst voor de landschappelijke afweging onder meer terug naar het behoud van het kleinschalig landschap. Bestemmingsplan en bomenverordening dienen dan ook in samenhang te worden gebruikt.

Algemeen geldt dat de productie van coniferen of andere siergewassen als boomkwekerij geldt, en niet tot bosbouw gerekend wordt.

De bestaande bosgebieden worden op basis van de vigerende bestemmingsplannen én op basis van de luchtfoto's aangegeven op de verbeelding (voor bos geldt een maat van 10 are of groter). De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor bos en houtopstanden, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van algemene natuur- en landschapswaarden en voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Daarbij is het mogelijk dat binnen de grotere bosgebieden sporadisch open plekken voorkomen welke onderdeel uitmaken van het bos als geheel.

Indien houtopstanden kleiner zijn dan 10 are worden ze als landschapselement gezien en zijn beschermd binnen de bestemming Agrarisch met waarden waarin ze zijn gelegen.

4.4.6 Buitenplaats

De buitenplaatsen van de landgoederen Twickel, Weldam, Nijenhuis, Westerflier, Warmelo, Huize Diepenheim en Backenhagen hebben ieder een eigen bestemming op maat gekregen waarbij de bestaande functies zijn gerespecteerd. Binnen de bestemming staat de instandhouding van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de historische buitenplaats voorop. Ook mag er binnen de bestemming gewoond worden en kunnen ondergeschikte horeca-, maatschappelijke, recreatieve en educatieve activiteiten plaatsvinden, zoals wandelen en fietsen en onderwijsmogelijkheden. Er zijn specifieke aanduidingen opgenomen voor de overig toegestane functies. Middels een afwijkingsbevoegdheid kan de bebouwing worden herbouwd of verbouwd, mits dit de karakteristieke waarde van de bebouwing niet aantast en er geen uitbreiding van de bebouwing met meer dan 10% plaatsvindt.

4.4.7 Cultuur en ontspanning

Binnen Hof van Twente zijn vier locaties bestemd voor 'Cultuur en ontspanning'. Het gaat om twee watermolens en een museumboerderij..

4.4.8 Dienstverlening

Binnen het plangebied heeft één adres de bestemming 'Dienstverlening' gekregen, namelijk het congrescentrum aan de Diependaalseweg 8 in Markelo.

4.4.9 Horeca

Binnen het plangebied zijn 18 horecagelegenheden bestemd. Het gaat om bedrijven waar hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren worden verstrekt. Horecabedrijven zijn in die zin anders dan reguliere bedrijven, dat er meer verkeersaantrekkende werking is en ze daarmee een andere ruimtelijke impact hebben.

4.4.10 Maatschappelijk

Diverse verenigingsgebouwen, scholen, religieuze instellingen of daarmee min of meer gelijk te stellen gebouwen zijn in deze bestemming ondergebracht. Voor alle maatschappelijke voorzieningen is per bestemmingsvlak in bijlage 4 (in de kolom “oppervlakte bebouwing in m2 exclusief bedrijfswoning mogelijk bij recht”) aangegeven wat de omvang van de bedrijfsbebouwing mag zijn.

4.4.11 Maatschappelijk - Defensiedepot

Binnen het plangebied is het depot Markelo van de Defensie Pijpleiding Organisatie gelegen. Rondom het object zijn uit het oogpunt van veiligheid een tweetal belemmeringszones geprojecteerd. Binnen een zone van 200 meter mogen geen nieuwe woningen worden gerealiseerd. Binnen een zone van 100 meter mag helemaal geen bebouwing worden gerealiseerd. Beide zones zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

4.4.12 Maatschappelijk - Defensie TLS

Binnen het plangebied is een zogenoemd Truck Loading Station (tankautolaadplaats) van de Defensie Pijpleiding Organisatie gelegen. Deze heeft een passende bestemming gekregen.

4.4.13 Natuur

De bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, EHS-bestaande natuur en EHS-nieuw gerealiseerde natuur) en enkele, natuurgebieden op basis van de vigerende bestemmingsplannen én de luchtfoto's, zijn bestemd als Natuur en zijn tevens bestemd voor multifunctionele bosbouw, voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding en voor extensief recreatief medegebruik. Waar begrenzingen niet met elkaar corresponderen is het werkelijk gebruik leidend voor de toe te kennen bestemming. Indien landschapselementen kleiner zijn dan 10 are zijn ze beschermd binnen de bestemming Agrarisch met waarden. .

Onder multifunctionele bosbouw wordt verstaan: ”Het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van natuur, houtproductie, landschap milieu of recreatie”.

Het duurzame gebruik van de gronden als bos is daarbij een belangrijke eigenschap van multifunctionele bosbouw. Het perceelsgewijs kappen door bedrijven geregistreerd bij het bosschap is toegestaan maar mag geen blijvende schade toebrengen aan de omgevingskwaliteit (veelal kleinschaligheid van het landschap).

Ten aanzien van het natuurbeheer geldt dat voor werken geen gebouw zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen geen omgevingsvergunning vereist is. Werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer van bos en natuur betreffen zijn bij recht toegestaan aangezien deze maatregelen bijdragen aan de instandhouding van het bestemde gebruik. De aanwezige houtopstanden worden verder beschermd vanuit de bomenverordening. Deze verwijst voor de landschappelijke afweging onder meer terug naar het behoud van het kleinschalig landschap. Bestemmingsplan en bomenverordening dienen dan ook in samenhang te worden gebruikt.

Algemeen geldt dat de productie van coniferen of andere siergewassen als boomkwekerij geldt, en niet tot bosbouw gerekend wordt.

4.4.14 Recreatie

De 7 voorkomende dagrecreatieve functies (met een bestemming Recreatie) betreffen bijvoorbeeld ijsbanen en volkstuinen. De gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn in de regels van dit plan duidelijk weergegeven. Ten aanzien van de volkstuinen wordt opgemerkt dat de genoemde oppervlakte bebouwing bedoeld is voor het gehele complex.

Naast deze bestemde dagrecreatieve terreinen worden fiets- en wandelpaden, water, e.d. ook gebruikt voor dagrecreatie. Deze zijn bestemd voor de hoofdfunctie óf zijn bij recht mogelijk binnen de toegekende gebiedsbestemmingen Agrarisch, Agrarisch met waarden.

4.4.15 Recreatie - Verblijfsrecreatie

In het plangebied komen diverse terreinen voor verblijfsrecreatie voor. Hierbij kan gedacht worden aan de reguliere campings of kampeerboerderijen. De 18 reguliere verblijfsrecreatieterreinen worden bestemd conform de huidige situatie. Er mag geen sprake zijn van permanente bewoning. Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, of daar waar ze op de verbeelding specifiek zijn aangeduid. Indien geen bouwvlak of aanduiding is opgenomen, mogen dus geen bedrijfsgebouwen of bedrijfswoning worden opgericht. Het oprichten van bedrijfsgebouwen ten behoeve van onderhoud en sanitaire voorzieningen ten behoeve van een kampeerterrein of de bedrijfsmatige exploitatie van een verblijfsrecreatief terrein is onder voorwaarden toegestaan, ook wanneer er geen bouwvlak aanwezig is.

Locaties voor verblijfsrecreatie hebben zeer diverse wensen voor uitbreidingsmogelijkheden. Daarom worden in dit bestemmingsplan bij voorbaat geen uitbreidingsmogelijkheden geboden, maar zal sprake moeten zijn van maatwerk. Zodra een ontwikkeling zich voordoet, kan deze op dat moment getoetst worden aan het dan geldende beleid en kan goed beoordeeld en afgewogen worden of een uitbreiding mogelijk is. Op dat moment kan de uitbreiding in een apart bestemmingsplan worden geregeld/vastgelegd.

4.4.15.1 Solitaire recreatieverblijven

Deze solitair gelegen recreatieverblijven (zomerhuisjes/zomerverblijven) zijn verspreid in het landelijk gebied gelegen en mogen niet permanent bewoond worden. De verblijven hebben op de verbeelding een aanduiding gekregen. Locaties waar wel permanent gewoond wordt en waar niet handhavend opgetreden kan worden, vallen onder het persoonsgebonden overgangsrecht. Dit wil zeggen dat de huidige bewoners het gebruik nog voort mogen zetten, maar dit recht niet op nieuwe bewoners kan worden overgedragen.

Als peildatum voor het gedogen van de permanente bewoning van solitaire recreatieverblijven wordt de datum van de publicatie van het voorontwerp gehanteerd. Naar verwachting komen circa 15-20 solitaire recreatiewoningen in aanmerking voor een zelf aan te vragen persoonsgebonden gedoogbeschikking. In andere gevallen wordt handhavend opgetreden tegen permanente bewoning.

4.4.16 Sport

Binnen de bestemming Sport zijn 14 sportterreinen van diverse sportverenigingen opgenomen. Binnen deze bestemming zijn alle sportvoorzieningen algemeen mogelijk gemaakt. Een zwembad, de manege, de golfbaan, een pitch & putt golfbaan en het motorcrossterrein zijn specifiek aangeduid, aangezien deze voorzieningen een andere uitstraling hebben dan bijvoorbeeld sportvelden. In de regels bij dit plan zijn de gebruiks- en bouwmogelijkheden weergegeven.

4.4.17 Tuin

De bestemming tuin heeft betrekking op onbebouwde erven behorende bij woningen in het buurtschap Stokkum.

4.4.18 Verkeer

De wegen binnen het plangebied zijn allen bestemd als verkeer. Ook de wegbermen en naastgelegen waterlopen (geen A-watergangen zijnde) zijn hierin opgenomen. De breedte van de bestemming geeft aan wat voor soort weg er binnen de bestemming op een bepaalde plek aanwezig mag zijn. De breedte van het bestemmingsvlak bepaalt de mogelijkheid voor meerbaanswegen. De bestemming dient tevens tot behoud van de landschappelijke waarde van onverharde wegen en paden. Ter bescherming hiervan is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen.

4.4.19 Verkeer - Spoorverkeer

De bestaande spoorwegen zijn in het bestemmingsplan bestemd als Verkeer - Spoorverkeer. Ook de naastgelegen bermen en waterlopen (geen A-watergangen) zijn hierin opgenomen.

4.4.20 Water

De hoofdwatergangen in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente vallen onder het beheer van waterschap Rijn en IJssel en het waterschap Regge en Dinkel. In de keuren van de waterschappen zijn reeds vele regels over de omgang met water en waterlopen opgenomen. De keuren blijven onverkort van kracht naast hetgeen in dit bestemmingsplan met betrekking tot water wordt vermeld.

Het watersysteem van het gebied is veiliggesteld door de hoofdwatergangen (volgens de Keur van het waterschap) en grotere oppervlaktewateren te bestemmen als Water. Binnen de bestemming water is extensieve dagrecreatie toegestaan.

4.4.21 Water - Kanaal

Het Twentekanaal, dat door het plangebied loopt en waar verkeer en transport te water plaatsvindt, heeft de bestemming 'Water - Kanaal'. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan tot een maximale hoogte van 3 meter en waterbouwkundige kunstwerken. Bruggen en viaducten mogen een maximale hoogte hebben van 12 meter.

4.4.22 Wonen

Voor de regeling voor burgerwoningen in het buitengebied is in principe uitgegaan van één bestemming Wonen waarbinnen alle bestaande burgerwoningen vallen. De bestaande woningen staan met een bestemmingsvlak op de verbeelding aangegeven. Hierdoor is duidelijk welke gronden voor de woning met tuin en erf bedoeld zijn. Daarbinnen mogen de woning en bijbehorende bijgebouwen gerealiseerd worden.

De bestaande woningen in het buitengebied zijn verschillend van grootte. Als uitgangspunt wordt gehanteerd 750 m3 bij recht.

Vrijstaande of aangebouwde bijgebouwen bij de woning mogen worden opgericht achter het verlengde van de voorgevel van de woning. Aangebouwde bijgebouwen dienen een ondergeschikt tussenlid te hebben. De gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 150 m2 bedragen. De goothoogte mag maximaal 3 m en de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen. In de algemene bepalingen van het bestemmingsplan is geregeld dat de bestaande grotere inhoud, hoogte en goothoogte gerespecteerd blijven.

4.4.22.1 Herbouw van de woning

Het kan voorkomen dat een woning gesloopt wordt en nieuw wordt opgebouwd waarbij de woning ook verplaatst wordt. Het betreft hier dus geen nieuwbouw van een extra woning. Ten behoeve van deze mogelijkheid is een afwijking van de bouwregels opgenomen om de verplaatsing van de woning mogelijk te maken. Hierbij geldt dat de woning maximaal 10 m van de plek van de bestaande woning herbouwd mag worden en dat het woonklimaat aanvaardbaar blijft (in verband met geluid van verkeer over aangrenzende wegen). In verband met deze laatste voorwaarde is in de regels opgenomen dat een woning op minimaal 50 m van een (ander) agrarisch bedrijf dient te worden gebouwd (danwel op dezelfde plek, als dit minder dan 50 m is). Bovendien mag de woning alleen met een afwijkingsbevoegdheid dichterbij een nabijgelegen weg worden gebouwd.

Een woning die wordt teruggebouwd mag een maximale inhoudsmaat van 750 m3 hebben. Deze mogelijkheid geldt niet voor gesplitste woningen.

4.4.22.2 Landhuis

De bestaande landhuizen met een maximale inhoud van 2000 m3, welke op grond van de landhuizenregeling zijn opgericht (ten minste 800 m2 bebouwing is gesloopt en tenminste 1,5 ha grond is omgezet naar natuur), zijn in bijlage 7 van de regels bij dit bestemmingsplan expliciet aangegeven. De bouwmogelijkheden verschillen namelijk van de regulieren woningen in het buitengebied.

4.4.23 Wonen - Azelo

De bestemming Wonen - Azelo heeft betrekking op de woningen die in het buurtschap Azelo mogelijk zijn gemaakt met de rood voor rood-regeling. Het buurtschap Azelo wordt getransformeerd, waardoor een specifieke regeling noodzakelijk is. De nu opgenomen regeling sluit aan op de regeling zoals neergelegd in het bestemmingsplan Azelo 2010 dat wordt opgesteld voor dit buurtschap.

4.4.24 Wonen - Beschermd dorpsgezicht

De bestemming ´Wonen - Beschermd dorpsgezicht' komt voor ter plaatse van het buurtschap Stokkum. Binnen deze bestemming zijn woningen mogelijk tot een inhoud van maximaal 450 m3 en worden geen bijgebouwen toegestaan van 150 m2, zoals binnen de normale woonbestemming is toegestaan. Omdat het kleine, dicht op elkaar gebouwde en wellicht cultuurhistorisch waardevolle woningen betreft, mogen bijgebouwen binnen deze bestemming slechts een maximale omvang van 75 m2 hebben. Binnen deze bestemming is bovendien geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar andere functies. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de regels zoals deze nu gelden binnen het beschermd dorpsgezicht Stokkum. Tot slot is een sloopvergunningstelsel opgenomen. Hiermee is het verboden om zonder of in afwijking van deze vergunning bouwwerken geheel of gedeeltelijk af te breken.

4.4.25 Wonen - Boerderijwoningen

De bestemming ´Wonen - Boerderijwoningen' komt voor ter plaatse van het buurtschap Stokkum. Binnen deze bestemming worden woningen binnen het bouwvlak gebouwd. Bijgebouwen zijn toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van 75 m2. Binnen deze bestemming zijn specifieke regels opgenomen met betrekking tot monumenten.

4.4.26 Wonen - VAB

De bestemming Wonen - VAB heeft betrekking op locaties waar in het verleden met de VAB-regeling activiteiten zijn toegestaan naast de woonfunctie. Aangezien de activiteiten naast het wonen op grond van de VAB-regeling mogelijk zijn geworden geldt dat geen uitbreiding in oppervlakte en/of hoogte van de bebouwing wordt toegestaan. Ook vervangende nieuwbouw is niet toegestaan. De intentie is dat wonen de hoofdfunctie is en blijft.

4.4.27 Leiding - Brandstof

In het plangebied zijn leidingen aanwezig van de DPO (Defensie Pijpleiding Organisatie). In de leidingen wordt kerosine getransporteerd. De leidingen hebben een belemmeringenstrook van 5 m ter weerszijden van de leiding. Hierbinnen gelden beperkende maatregelen ten aanzien van het gebruik en het bouwen. De leidingen hebben een plaatsgebonden risicocontour van 12 meter aan weerszijden van de hartlijn.

Naam leiding   Doorsnede in mm   Werkdruk in bar   Wanddikte in mm   Aanduiding  
4412 - P108D en P108E   219,08   04,00   07,04   hartlijn leiding - brandstof 1  
4371 - P20   219,08   80,00   07,04   hartlijn leiding - brandstof 2  
4396 - P21   219,08   80,00   07,04   hartlijn leiding - brandstof 2  
4400 - P24   219,08   80,00   07,04   hartlijn leiding - brandstof 2  

Binnen de bestemming is het niet toegestaan nieuwe bouwwerken te realiseren. Dit kan alleen met een afwijking van de bouwregels waarbij advies wordt gevraagd aan de leidingbeheerder. Voor andere werken is een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen.

4.4.28 Leiding - Gas

In het plangebied zijn aardgas(transport)leidingen aanwezig. Deze leidingen zijn bestemd met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Het betreft de volgende leidingen.

Naam leiding   Doorsnede
in mm  
Werkdruk in bar   Wanddikte in mm   Aanduiding  
N-557-52-KR-009   114,30   40,00   04,37   hartlijn leiding - gas 1  
N-557-52-KR-010 t/m 014   108,00   40,00   03,75   hartlijn leiding - gas 1  
N-557-57-KR-001 t/m 007   114,30   40,00   04,37   hartlijn leiding - gas 2  
N-528-70-KR-014, 016, 017   159,00   40,00   04,50   hartlijn leiding - gas 3  
N-528-70-KR-015   168,30   40,00   04,78   hartlijn leiding - gas 3  
N-557-50-KR-001 en 002   114,30   40,00   04,00   hartlijn leiding - gas 4  
N-557-49-KR-005 t/m 018   219,10   40,00   05,56   hartlijn leiding - gas 5  
A-508-KR-057   457,00   66,20   07,03   hartlijn leiding - gas 6  
A-508-KR-058   457,00   66,20   05,59   hartlijn leiding - gas 6  
A-508-KR-059 t/m 067   457,00   66,20   06,43   hartlijn leiding - gas 6  
A-646-KR-002 t/m 010   610,00   79,90   11,10   hartlijn leiding - gas 7  
A-646-KR-011   610,00   79,90   13,30   hartlijn leiding - gas 7  
A-670-KR-001-044   762,00   80,00   10,00   hartlijn leiding - gas 8  

Rondom aardgasleidingen is een zone gelegen waarbinnen geen nieuwe bouwwerken mogen worden opgericht. De leidingen en zones zijn opgenomen op de verbeelding en in de regels.

Gasleidingen met een druk van 40 bar hebben een belemmeringenstrook van 4 m. Gasleidingen met een druk van 66,2 bar en 80 bar hebben een belemmeringenstrook van 5 m. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe bouwwerken worden opgericht. Met een afwijking van de bouwregels kan hiervan worden afgeweken als hierover advies is verkregen van de leidingbeheerder.

Het Rijk, de Gasunie, provincies, gemeenten en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hebben nieuw beleid (ten aanzien van externe veiligheid) voor hogedruk aardgastransportleidingen.

4.4.29 Leiding - Hoogspanningsverbinding

In het plangebied zijn tevens diverse bovengrondse hoogspanningsleidingen aanwezig. Deze zijn op de verbeelding aangegeven met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Aan weerszijden van de leiding is een strook gelegen waarbinnen beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen en het gebruik.

Binnen het plangebied zijn verschillende hoogspanningsleidingen gelegen met een verschillend voltage. Er zijn leidingen van 110kV en een leiding van 380 kV. De aan te houden afstanden vanaf het hart van deze leidingen zijn aangegeven in de regels. Deze afstanden betreffen zakelijk rechtstroken waarbinnen geen hoge andere bouwwerken (geen gebouwen) mogen worden opgericht, tenzij de netbeheerder hier geen probleem mee heeft. Bij deze zakelijk rechtstroken geldt dat voor werkzaamheden die het normale grondgebruik te boven gaan schriftelijke toestemming noodzakelijk is van de netbeheerder.

De volgende bovengrondse hoogspanningsleidingen zijn in het plangebied aanwezig:

  • 110 kV lijn Goor - Knooppunt Rijssen. De belemmeringenstrook is 35 m (17,50 m aan weerszijden van het hart van de lijn);
  • 110 kV lijn Delden - Oost Weideweg. De belemmeringenstrook is 35 m (17,50 m aan weerszijden van het hart van de lijn);
  • 110 kV lijn Rijssen - Knooppunt Rijssen. De belemmeringenstrook is 35 m (17,50 m aan weerszijden van het hart van de lijn);
  • 110 kV lijn Goor - Haaksbergen. De belemmeringenstrook is 35 m (17,50 m aan weerszijden van het hart van de lijn);
  • 380 kV lijn Hengelo - Doetinchem. De belemmeringenstrook is 72 m (36 m aan weerszijden van het hart van de lijn);
  • 110 kV lijn Goor - Delden West. De belemmeringenstrook is 35 m (17,50 m aan weerszijden van het hart van de lijn).
4.4.30 Leiding - Riool

De rioolpersleidingen die in het plangebied liggen zijn voorzien van de dubbelbestemming Leiding – Riool. Ter bescherming van de rioolpersleidingen is op de verbeelding een zone van 5 m aan weerszijden van het hart van de leiding opgenomen. Binnen deze zone mag alleen na advies van de beheerder van de leiding worden gebouwd ten behoeve van de andere hier aanwezige bestemmingen.

4.4.31 Leiding - Water

De drinkwatertransportleidingen van Vitens die in het plangebied zijn gelegen, zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding – Water'. Voor de drinkwatertransportleidingen is een beschermende zone van 5 m aan weerszijden van het hart van de leiding opgenomen. Binnen deze zone mag geen bebouwing worden opgericht en mag geen diepwortelende beplanting worden aangebracht (>1 m onder maaiveld).

4.4.32 Waarde - Archeologie 1

De bestemming Waarde - Archeologie 1 is opgenomen ter herkenning van de bekende, beschermde archeologische monumenten. De bescherming van de monumenten is geregeld in de Monumentenwet 1988.

4.4.33 Waarde - Archeologie 2

De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is toegekend aan overige AMK-terreinen. Het beleid dat voor deze bestemming geldt is dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 50 m2.

Bij de aangegeven beschermde monumenten (waarvoor geen regels zijn opgenomen) geldt dat er geen bodemverstorende activiteiten zijn toegestaan, tenzij een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is verkregen.

4.4.34 Waarde - Archeologische verwachting 1 t/m 3

In het bestemmingsplan hebben gebieden met een zeer hoge verwachtingswaarde voor archeologische vondsten de dubbelbestemming 'Waarden - Archeologische verwachting 1'gekregen. Gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' gekregen. Gebieden met een lage verwachting voor de aanwezigheid van archeologische waarden hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' gekregen. Deze gebieden worden beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij bouwaanvragen en omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Het onderscheid tussen de gebieden wordt gemaakt in oppervlakten waar onderzoek noodzakelijk is.

Binnen de archeologische bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarbij deze bestemming kan worden toegevoegd of verwijderd. Dit kan blijken uit archeologisch onderzoek ter plaatse op basis waarvan inzichten gewijzigd kunnen zijn en een aanpassing van deze bestemming noodzakelijk kan zijn.

Bestemming   Regels  
Waarde - Archeologische verwachting 1   Bij ingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 2.500 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk.  
Waarde - Archeologische verwachting 2   Bij ingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 5.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk.  
Waarde - Archeologische verwachting 3   Bij ingrepen dieper dan 40 cm of met een oppervlakte groter dan of gelijk aan 10 ha is archeologisch onderzoek noodzakelijk.  
4.4.35 Waarde - Beschermd dorpsgezicht

Het beschermd dorpsgezicht betreft onder andere het buurtschap Stokkum, dat een zuiver agrarische nederzetting is. Het is een voorbeeld van een nederzettingsvorm die in Oost-Nederland is ontstaan uit de wijze van ontginnen gedurende de Middeleeuwen. Stokkum heeft zich dan ook kunnen ontwikkelen als typisch esdorp.

De huidige bebouwing is gegroepeerd rond twee open ruimten, die onderling gescheiden zijn door een doorgaande weg. Het dorpsbeeld wordt volledig bepaald door de veelal monumentale boerderijen op erven met een hoog opgaand geboomte. De kenmerkende dorpsstructuur, in samenhang met de historisch waardevolle dorpsbebouwing levert een beeld van zodanige cultuurhistorische waarde, waardoor het gebied is aangewezen als beschermd dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet.

Tot het aangewezen dorpsgezicht behoren de samenhangende onderdelen van de ruimtelijke structuur, waaruit de historische ontwikkeling is te lezen. Dit betreft vooral de twee open ruimten en de aangrenzende bebouwing. Voorts dienen hiertoe gerekend te worden enige hoeven direct ten zuiden van de westelijke open ruimte.

Ten tweede betreft het beschermd dorpsgezicht het gehucht Den Haller, dat in de Middeleeuwen is ontstaan bij een watermolen. De nederzettingsstructuur wordt vooral bepaald door de (oude) Watermolenweg en de Nijhofweg, samen met de Diepenheimsche Molenbeek. Hierop is de bebouwing georiënteerd. De kenmerkende structuur, in samenhang met de historisch waardevolle bebouwing, levert een hoge cultuurhistorische waarde op. Karakteristiek zijn de Molenbeek met de molenkolk en de bochtige Watermolenweg, die ten zuiden van de kolk de beek kruist. Hier bevindt zich het molenbuurtje, waarvan de watermolen het middelpunt vormt. Door het bochtige beloop van de oude Watermolenweg en de situering van de gebouwen dicht bij of direct aan de straat, is een besloten ruimtelijke opbouw ontstaan, die wordt versterkt doordat aan de buitenzijde van de bochten bebouwing en/of beplanting aanwezig is. Het meest opvallende gebouw is de watermolen, zowel door zijn ligging als door het bouwmateriaal. Het is een grotendeels houten, zwart geteerde onderslagmolen, onder een schilddak.

De bescherming van het beschermd dorpsgezicht is opgenomen in het bestemmingsplan met de dubbelbestemming Waarde - Beschermd dorpsgezicht. De aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en de versterking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het buurtschap Stokkum en Den Haller. Met betrekking tot het bouwen gelden de regels zoals die zijn opgenomen binnen de detailbestemmingen. Daarbij geldt dat de gemeente, op grond van de dubbelbestemming, nadere eisen kan stellen.

4.4.36 Waarde - EHS

Aan de agrarische gronden die volgens de provinciale verordening binnen de EHS zijn gelegen wordt, aanvullend op de agrarische bestemming, de dubbelbestemming 'Waarde - EHS' toegekend. Naast de agrarische functie vervullen deze gebieden ook een natuurfunctie. Het agrarische gebruik van de gronden kan zonder meer voortgezet worden. Deze gronden bevatten natuurwaarden die samenhangen met het agrarisch gebruik of bieden de potentie voor verdere ontwikkeling van de natuurwaarden.

Deze dubbelbestemming leidt tot een bescherming van de waarden die met de EHS samenhangen. Bij het nemen van besluiten over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, afwijkings - en wijzigingsbevoegdheden conform de enkelbestemming van het perceel, dient advies te worden gevraagd aan een onafhankelijke deskundige op het gebied van natuur en landschap. In dit advies wordt beoordeeld of er geen sprake is van een significante aantasting van wezenlijke natuur- en landschapskenmerken en waarden van het gebied.

Via een wijzigingsbevoegdheid wordt het binnen de bestemming Waarde – EHS mogelijk gemaakt de bestemming te wijzigen in Natuur. Dit kan gaan om natuurontwikkeling door natuurbeherende instanties in opdracht van de overheid, maar het kan ook gaan om natuurontwikkeling op particulier initiatief. Als voorwaarde geldt dat de omzetting past binnen de eisen aan de ecologische hoofdstructuur zoals door de provincie vastgelegd in het provinciaal Omgevingsplan. Tevens geldt dat de aanleg van bos niet is toegestaan in het gebied dat is beschermd vanwege haar openheid.

4.4.37 Algemene aanduidingsregels
4.4.37.1 Reconstructiewetzones

Voor de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied', 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden (artikelen 3 en 4) voor deze afzonderlijke gebieden.

Dit betekent dat in extensiveringsgebieden geen mogelijkheden bestaan voor uitbreiding van een intensieve veehouderij(tak). In deze gebieden wordt de bestaande omvang vastgelegd.

In landbouwontwikkelingsgebieden wordt ruimte geboden voor uitbreiding van agrarische bouwvlakken van intensieve veehouderijen. Grootschalige uitbreidingen, tot een bouwvlak van maximaal 3 ha, zijn alleen mogelijk als is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en landschappelijk kapitaal voldoende wordt gecompenseerd door te investeren in ruimtelijke kwaliteit.

In verwevingsgebieden geldt dat op locaties waar nu geen intensieve veehouderij aanwezig is, deze ook niet ontwikkeld kan worden. Op locaties waar wel intensieve veehouderij aanwezig is kan een uitbreiding plaatsvinden tot maximaal 1,5 ha.

Er kan ook een groter bouwvlak worden toegekend, indien sprake is van een gemengd bedrijf of een niet-agrarische bedrijfstak (bijvoorbeeld een bio-enegerie-installatie) Voorwaarde is dat voorkomen wordt dat de productieruimte van de intensieve veehouderijtak de 1,5 ha overschrijdt. Het toekennen van sterlocaties is mogelijk op grond van het provinciale beleid maar wordt, als dit aan de orde is en mogelijk is, middels een partiële herziening geregeld en niet in dit bestemmingsplan. De twee bestaande sterlocaties zijn in dit bestemmingsplan positief bestemd. Een samenvatting van het reconstructiebeleid is te vinden in de beleidsbijlage.

4.4.37.2 Geluidzone – industrie

Op het bedrijventerrein nabij de haven van Goor, gelegen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan, is een Eternitfabriek gevestigd. Dit bedrijf is een zogenaamde 'geluidszoneringsplichtige' inrichting. Dit zijn inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Het bedrijventerrein is voorzien van een geluidszone op basis van de Wet geluidhinder. Deze geluidszone reikt tot binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.

De geluidszone uit het geldende bestemmingsplan is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Binnen deze zone mogen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen uitsluitend na verlening van een omgevingsvergunning worden gebouwd onder de voorwaarde dat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein van de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor toegestane geluidbelasting.

4.4.37.3 Luchtvaartverkeerzone

Over het plangebied is een laagvliegroute van het ministerie van Defensie gelegen. Deze heeft een bepaalde bescherming nodig. Op de route mag in afwijking van de algemene minimumvlieghoogte (300 m) door militaire vliegtuigen worden gevlogen op een hoogte van minimaal 75 m. Onder de laagvliegroute gelden beperkingen voor de bouw van obstakels (zoals telecommunicatiemasten, windturbines e.d.). Uit veiligheidsoogpunt wordt de bouw van obstakels hoger dan 40 m onder de laagvliegroute niet toelaatbaar geacht.

De aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de luchtvaartverkeerzone. Op deze gronden mogen geen bouwwerken met een bouwhoogte hoger dan 40 m worden gebouwd.

4.4.37.4 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied en Milieuzone – intrekgebied

Binnen het grondgebied van de gemeente Hof van Twente zijn twee waterwingebieden gelegen, met elk hun eigen grondwaterbeschermingszone en intrekgebied. Dit zijn zones ten behoeve van de bescherming van de drinkwaterkwaliteit. Grondwaterbeschermingsgebieden bestaan uit een 25-jaarszone en een 100-jaarszone. Het grondwater in de gebieden in de 25-jaarszone komt binnen 25 jaar in aanmerking om opgepompt te worden ten behoeve van de waterwinning en het grondwater in de 100-jaarszone binnen 100 jaar. De kwaliteit van dit grondwater is van groot belang, daarom is voor deze gebieden een dubbelbestemming opgenomen. In de grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden zijn alleen functies toegestaan die harmoniëren met de functie voor drinkwatervoorziening.

De huidige situatie van de locaties (inclusief de bouwwerken) is in voorliggend bestemmingsplan gerespecteerd en de grondwaterbeschermingsgebieden zijn opgenomen als Milieuzone - Grondwaterbeschermingsgebied. Intrekgebieden zijn opgenomen als Milieuzone - Intrekgebied.

Binnen deze zones geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden voor de bescherming van het grondwater.

Voordat een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden wordt verleend wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij het waterleidingbedrijf. Daarmee wordt voorkomen dat de grondwaterkwaliteit verslechtert ten koste van de drinkwaterwinning. Bouwen wordt niet bij recht toegestaan, maar is met een afwijking van de bouwregels mogelijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS30_0020.jpg"

Waterwingebieden Herikerberg (geel) en Goor (rood) met hun beschermingszones

4.4.37.5 Milieuzone - waterwingebied

Binnen het grondwaterbeschermingsgebied zijn twee waterwingebieden gelegen: Goor en Herikerberg. Hier wordt daadwerkelijk grondwater gewonnen ten behoeve van drinkwater. De gronden zijn mede bedoeld voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater. Er mag alleen gebouwd worden ten behoeve van de bestemming.

4.4.37.6 Veiligheidszone - bevi

Rondom het bedrijf Elementis Specialties, wat een bevi-inrichting is, is een veiligheidszone gelegen. Deze zone beschermt het woon- en leefklimaat rondom de inrichting. Binnen de zone kunnen niet zondermeer nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht.

4.4.37.7 Veiligheidszone - defensiedepot 1 en 2

Rondom de bestemming Maatschappelijk - Defensie depot zijn veiligheidszones gelegen waarbinnen geen nieuwe woningen (binnen 200 m) en/of nieuwe bebouwing (binnen 100 m) mogen worden opgericht. Deze zones zijn aangegeven op de verbeelding.

4.4.37.8 Vrijwaringszone - radar

Het plangebied is voor een groot deel gelegen binnen het verstoringsgebied van de radar op de voormalige vliegbasis Twente. In verband hiermee zijn er ter voorkoming van radarverstoring beperkingen van toepassing op de bouw en overige bouwwerken die hoger zijn dan 45 m. Voorkomen dient te worden dat regelingen worden opgenomen die leiden tot een onaanvaardbare verstoring van de radar.

4.4.37.9 Vrijwaringszone - straalpad

Een straalpad bestaat uit luchtruimte die vrij moet blijven voor radiocommunicatie. Voor gronden met de aanduiding vrijwaringszone - straalpad wordt, in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen, op de verbeelding geregeld wat de toegestane 'maximum hoogte' van gebouwen is.