direct naar inhoud van 3.1 Landschap
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20

3.1 Landschap

3.1.1 Ontstaansgeschiedenis en landschapstypering

Ten gevolge van variaties in het reliëf, de ondergrond en het water zijn in het plangebied drie geomorfologische delen te onderscheiden: plateau, dekzandgebied en stuwwal en verzamelgebied. De verschillen tussen deze drie delen zijn in het verleden aangescherpt door vestiging en ontginning. In de 20e eeuw zijn de verschillen tussen de deelgebieden door de ontwikkeling van het ruimtegebruik afgezwakt, maar niet verdwenen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20_0005.jpg"

Geomorfologie van Hof van Twente

Het plateau

Het Oost-Nederlands plateau is een licht glooiende hoogte die is ontstaan in de ijstijd. De ondergrond bestaat uit ondoorlatende lagen van keileem en grondmorene. Het plateau vormt de bovenloop en het brongebied van vele beeklopen die noordwestwaarts afstromen. De kern Delden ligt op de rand van het plateau, met een karakteristiek radiaal wegenpatroon dat een web over de landschapsstructuur heen vormt.

Langs de beken ontstonden nederzettingen met landbouwgronden; essen en kleinere kampen. Het onland was in gemeenschappelijk gebruik als veld voor het vee en de plaggen. In gebieden waar het water niet kon afstromen zijn ooit uitgestrekte venen gevormd.

De oudste veldontginningen zijn kleinschalige landbouwgebieden. De jongere ontginningen liggen vooral rond de venen en zijn grootschalig en open, met het karakter van de oorspronkelijke velden. Daartussen vormen delen van de velden grote eenheden bos- en natuurgebied, veelal in eigendom van landgoedeigenaren en terreinbeherende instanties. Ze worden gekenmerkt door naald- en loofbos of half open natuurgebied met heide en veen.

De huidige landschapsstructuur van het plateau wordt bepaald door de afwisseling van grote eenheden natuurgebieden en landbouw. Accenten in dit patroon zijn oude essen en kampen langs de smalle linten van beken en het landgoed Twickel.

Het landschap van het plateau heeft de volgende kenmerken.

  • ensembles van grote eenheden natuur en cultuurhistorie; bos, heide, veen, landgoederen, kampen en essen;
  • grote eenheden landbouw: oude veldontginningen met kleinschalige blokverkaveling en jonge veldontginningen met grootschalige blokverkaveling;
  • smalle beken;
  • radiale wegen/lanen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20_0006.jpg"

Weg over es

Het dekzandgebied

Het dekzandgebied is het lager gelegen, vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo. De verspreid liggende kleine kernen in het landschap zijn ontstaan uit buurtschappen, landgoederen of door de ligging aan doorgaande wegen: Bentelo, Diepenheim, Hengevelde. Het dekzandgebied wordt doorsneden door beken die redelijk parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied.

Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Langs enkele beken zijn de cultuurhistorische landschappen nog goed herkenbaar. In de landgoederen rond Diepenheim, die eveneens langs de beken zijn ontstaan, zijn gave kampen bewaard gebleven. Het dekzandlandschap is hier vanouds sterker verdicht met bossen en oude lanen.

Een bijzonder stuk kampenlandschap is het gebiedje Elsenerbroek langs de Regge. Hier is een fijnmazig patroon behouden van omsloten percelen op de dekzandkopjes, te midden van de natte gronden van het verzamelgebied.

Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar in het huidige landschapsbeeld. Dit gebied wordt thans gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is beperkt.

Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken.

  • waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen;
  • half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes;
  • beken met maten en singels;
  • wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20_0007.jpg"

Beek bij Diepenheim

Stuwwal en verzamelgebied

Het westelijke plangebied rond Markelo wordt gekenmerkt door het markante reliëf van de hoge stuwwal met de koppen van verschillende “bergen”, glooiende flanken en open laaggelegen natte voeten: het verzamelgebied. De hoogste delen van de stuwwal zijn bebost, vooral met naaldhout. Rondom zijn grootschalige jonge veldontginningen gelegen met een grootschalige, blokvormige verkaveling. De Borkeld en het Elsenerveld zijn oude veld- en heiderestanten. In deze hoge gebieden zijn de recreatievoorzieningen geconcentreerd.

In het verzamelgebied komen de laaglandbeken van het plateau en het dekzandlandschap bijeen, om via de Regge langs de flank van de stuwwal noordwaarts af te stromen. Door het geringe reliëf stagneerde de afvoer en zijn brede broeklanden ontstaan, zoals het Herikervlier en Elsenerbroek.

De kern Goor is ontstaan in dit Reggedal; op een dekzandkop langs de Poelsbeek, op de handelsroute met Duitsland. Aan de westzijde van Goor ligt het landgoed Stoevelaar, dat met de Herikerberg een belangrijk uitloopgebied vormt voor de bewoners van Goor. Het Twentekanaal en de spoorlijn vormen de zuidrand van Goor en begrenzen het deelgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20_0008.jpg"

Markelose berg

De flanken bestaan uit oude nederzettingen met grote escomplexen en karakteristieke krans- en zwermesdorpen langs de randen. Door het reliëf en het open grondgebruik ontstaan vergezichten, omlijst met historische erven. Het reliëf van de beekdalen van de Beusbergerbeek en Holtdijksche beek draagt daaraan bij.

De natte en lage delen waren vanouds drassig en kwelrijk veen- en broekgebied, dat na 1900 ontgonnen is met een grootschalige blokverkaveling tussen rechtlijnige dijken. Het open landbouwgebied wordt afgewisseld met broekbos en wilgen- en populierenbeplanting. Door zandwinning is de Plas Domelaar uitgegraven in de westflank van de stuwwal.

Het landschap van de stuwwal en het verzamelgebied heeft de volgende kenmerken:

  • het reliëf van de stuwwal en de “bergen”;
  • bos- en natuurgebied;
  • de open glooiende escomplexen, patroon van historische esbebouwing en erfbeplanting;
  • open grootschalige broekontginningen met broekbos.
3.1.2 Uitgangspunten voor beleid

Het beleid is gericht op behoud, herstel en waar mogelijk versterking van de karakteristieke verschillen. In zijn algemeenheid wordt dit vooral bereikt door voor alle aanwezige erven en andere bebouwde terreinen een zorgvuldige landschappelijke inpassing te bevorderen.

In het essenlandschap is vooral behoud van de openheid en het reliëf van belang. In het kampenlandschap dient het kleinschalige en onregelmatige patroon van singels, houtwallen, zandpaden en bosjes rond de omsloten kampen te worden onderhouden en waar mogelijk hersteld. In het veldontginningslandschap is het beleid gericht op behoud van open blokvormige verkaveling met uitgestrekte langwerpige velden met zichtbare ontginningsgrenzen en in het broekontginningslandschap is behoud van de openheid en grootschaligheid, waarbij bospercelen en wegbeplanting de ruimte begrenzen, van belang.

In het bestemmingsplan worden de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden' gehanteerd. Binnen de gebieden met een bepaalde waarde zal deze waarde door middel van een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden worden beschermd, te weten: beplantingselementen, hoogteverschillen, openheid, rustige omstandigheden/onverharde wegen, waardevolle waterhuishoudkundige situatie en natuurwaarden.