direct naar inhoud van Artikel 29 Wonen - VAB
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20

Artikel 29 Wonen - VAB

29.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen - VAB aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maximaal één woning per bestemmingsvlak, waarbij inwoning is toegestaan;
  • b. het bestaande en legale aantal woningen voor zover de woningen zijn opgenomen in bijlage 5, 'adressen gesplitste woningen';
  • c. aan huis verbonden beroepen;
  • d. caravanstalling, met dien verstande dat:
    • 1. caravanstalling uitsluitend mag plaatsvinden in op het moment van inwerkingtreding van het plan aanwezige bebouwing;
  • e. de ter plaatse gevestigde bestaande en legale nevenactiviteiten als bedoeld in bijlage 6 kolom “aard nevenactiviteiten”;
  • f. bed & breakfast;
  • g. de bestaande en legale paardenbakken;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.

29.2 Bouwregels
29.2.1

Woningen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. goothoogte is maximaal 4 m:
  • b. bouwhoogte is maximaal 10 m;
  • c. inhoud is maximaal 750 m3.
29.2.2

Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m;
  • b. oppervlakte per gesplitste woning maximaal 75 m2;
  • c. oppervlakte per woning, niet zijnde een gesplitste woning, maximaal 150 m2;
  • d. goothoogte maximaal 3 m;
  • e. bouwhoogte maximaal 6 m.
29.2.3

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 29.2.1 en 29.2.2 zijn tevens de bestaande gebouwen ten behoeve van nevenactiviteiten zoals bedoeld in artikel 29.1, onder d toegestaan, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal de in bijlage 6 aangegeven oppervlakte mag bedragen.

29.2.4

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal:

  • a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m;
  • c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.
29.2.5

Herbouw en/of nieuwbouw van gebouwen zoals bedoeld in de artikel 29.2.3 is niet toegestaan.

29.2.6

Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 43 in acht genomen.

29.3 Afwijken van de gebruiksregels
29.3.1 Kleinschalig kampeerterrein

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 29.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits:

  • a. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt;
  • b. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt;
  • c. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2;
  • d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;
  • h. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
29.3.2 Paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 29.1 onder e voor het toestaan van paardenbakken, mits:

  • a. de afstand van de paardenbak minimaal:
    • 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt;
    • 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt;
  • b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt;
  • c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.