direct naar inhoud van Artikel 25 Wonen
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS20

Artikel 25 Wonen

25.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maximaal één woning per bestemmingsvlak, waarbij inwoning is toegestaan, dan wel:
    • 1. het bestaande en legale aantal woningen voor zover de woningen zijn opgenomen in bijlage 5, 'adressen gesplitste woningen';
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangegeven aantal woningen;
    • 3. in aanvulling hierop tevens één woning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - VAB';
  • b. aan huis verbonden beroepen;
  • c. caravanstalling, met dien verstande dat:
    • 1. caravanstalling uitsluitend mag plaatsvinden in op het moment van inwerkingtreding van het plan aanwezige bebouwing;
  • d. één recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning';
  • e. een kantoor, ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
  • f. bed & breakfast;
  • g. de bestaande en legale paardenbakken;
  • h. bestaande en legale zelfstandige horecavoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'horeca';

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.

25.2 Bouwregels
25.2.1

Woningen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. voor zover binnen een bouwperceel één of meerdere bouwvlakken zijn opgenomen, worden gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. goothoogte is maximaal 4 m:
  • c. bouwhoogte is maximaal 10 m;
  • d. inhoud is maximaal:
    • 1. voor gesplitste woningen als genoemd in bijlage 5 maximaal de bestaande inhoud;
    • 2. voor landhuizen als genoemd in bijlage 7 maximaal de inhoud zoals opgenomen in die bijlage;
    • 3. voor woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen' maximaal 900 m3, inclusief inpandige bijgebouwen;
    • 4. voor overige woningen maximaal 750 m3;
  • e. gesplitste woningen als genoemd in bijlage 5 worden gebouwd in één bouwmassa.
25.2.2

Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m;
  • b. oppervlakte per gesplitste woning maximaal 75 m2;
  • c. oppervlakte per woning, niet zijnde een gesplitste woning, maximaal 150 m2;
  • d. goothoogte maximaal 3 m;
  • e. bouwhoogte maximaal 6 m.
25.2.3

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.2 geldt ten aanzien van het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1' voorkomen, voor bijgebouwen ten behoeve van de binnen dat bestemmingsvlak gelegen woning dat uitsluitend de bestaande bijgebouwen zijn toegestaan, met als maximale oppervlakte, maximale bouwhoogte en maximale goothoogte de bestaande oppervlakte, bouwhoogte en goothoogte.

25.2.4

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.2 gelden ten aanzien van het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2' voorkomen, de volgende regels voor bijgebouwen ten behoeve van de binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen:

  • a. maximaal één bijgebouw is toegestaan ten behoeve van de binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen;
  • b. het bijgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2';
  • c. de oppervlakte van het bijgebouw bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte;
  • d. de regels in artikel 25.2.2 met betrekking tot goothoogte en bouwhoogte zijn van toepassing;
  • e. de maximale afstand tot de woning zoals opgenomen in artikel 25.2.2 onder a is niet van toepassing.

25.2.5

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.2 geldt ten aanzien van bijgebouwen ten behoeve van woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de volgende regels voor bijgebouwen:

  • a. bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 3';
  • b. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m2;
  • c. de regels in artikel 25.2.2 met betrekking tot goothoogte en bouwhoogte zijn van toepassing;
  • d. de maximale afstand tot de woning zoals opgenomen in artikel 25.2.2 onder a is niet van toepassing.

25.2.6

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.2, onder a en b geldt ten aanzien van het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 5' voorkomen, voor bijgebouwen ten behoeve van de binnen dat bestemmingsvlak gelegen woning dat:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 220 m2 mag bedragen;
  • b. voor zover de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen meer bedraagt dan 150 m2, bijgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen';
  • c. het bepaalde in artikel 25.2.2 onder a niet van toepassing is.
25.2.7

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.2 mogen ter plaatse van de aanduidingen 'bijgebouwen uitgesloten', 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen' geen bijgebouwen, met uitzondering van inpandige bijgebouwen, worden gebouwd.

25.2.8

Recreatiewoningen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. inhoud maximaal 300 m3, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in Artikel 2, voor de berekening van de inhoud van de recreatiewoning, de inhoud van kelders, bijgebouwen, overkappingen en aanbouwen wordt meegerekend;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 4 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 m;
  • d. bij een recreatiewoning is maximaal één bijgebouw toegestaan met een goothoogte van maximaal 3 m, een bouwhoogte van maximaal 4,5 m en een oppervlakte van maximaal 10 m2.
25.2.9

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal:

  • a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m;
  • c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m;

met dien verstande dat lichtmasten niet zijn toegestaan bij paardenbakken.

25.2.10

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.2.1 geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - VAB' dat:

  • a. uitsluitend de bestaande gebouwen zijn toegestaan;
  • b. herbouw en/of nieuwbouw van gebouwen niet is toegestaan.
25.2.11

Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 43 in acht genomen.

25.3 Afwijken van de gebruiksregels
25.3.1 Kleinschalig kampeerterrein

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 25.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits:

  • a. het kampeerterrein wordt gerealiseerd bij een karakteristieke of monumentale woning;
  • b. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt;
  • c. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt;
  • d. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2;
  • e. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;
  • i. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
25.3.2 Paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 25.1 onder f voor het toestaan van paardenbakken, mits:

  • a. de afstand van de paardenbak minimaal:
    • 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt;
    • 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt;
  • b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt;
  • c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.
25.4 Wijzigingsbevoegdheid
25.4.1 Extra woning bij sloop van voormalige agrarische bebouwing

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor de bouw van één extra woning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning', in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. ter compensatie moet minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing worden gesloopt;
  • b. de inhoud van de nieuw te realiseren woning heeft een inhoud van maximaal 750 m3;
  • c. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
  • d. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een landschapsplan dient te worden opgesteld;
  • e. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad;
  • f. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
25.4.2

in afwijking van het bepaalde in artikel 25.4.1 onder b geldt dat de inhoud van een woning maximaal 900 m3, inclusief inpandige bijgebouwen, mag bedragen met dien verstande dat bij die woning geen bijgebouwen, anders dan inpandige bijgebouwen, mogen worden gebouwd.