direct naar inhoud van Artikel 31 Leiding - Gas
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS10

Artikel 31 Leiding - Gas

31.1 Bestemmingsomschrijving
31.1.1

De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:

  • a. een ondergrondse gasleiding ter plaatse van de aanduiding:
    • 1. 'hartlijn leiding - gas 1' met een druk van 40 bar;
    • 2. 'hartlijn leiding - gas 2' met een druk van 40 bar;
    • 3. 'hartlijn leiding - gas 3' met een druk van 40 bar;
    • 4. 'hartlijn leiding - gas 4' met een druk van 40 bar;
    • 5. 'hartlijn leiding - gas 5' met een druk van 40 bar;
    • 6. hartlijn leiding - gas 6' met een druk van 66,2 bar;
    • 7. 'hartlijn leiding - gas 7' met een druk van 79,9 bar;
    • 8. 'hartlijn leiding - gas 8' met een druk van 80 bar;
  • b. het beheer en onderhoud van de leiding;
  • c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding;

met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

31.1.2

In afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen zijn op de in artikel 31.1.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

31.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen mogen op gronden op een afstand van 5 m aan weerszijden van de hartlijn van de leiding zoals bedoeld in artikel 31.1.1 onder a, sub 1 tot en met 8, geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd.

31.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 31.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, mits advies is gevraagd aan de leidingbeheerder.

31.4 Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 31.1.2 voor het toestaan van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, mits ter plaatse een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gerealiseerd.

31.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
31.5.1

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op gronden op een afstand van 5 m aan weerszijden van de hartlijn van de leiding zoals bedoeld in artikel 31.1.1 onder a, sub 1 tot en met 8, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen, mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden;
  • e. het permanent opslaan van goederen;
  • f. indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
31.5.2

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 31.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.

31.5.3

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 31.5.1 wordt niet verleend dan nadat advies is gevraagd aan de leidingbeheerder.

31.5.4

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 31.5.1 is nodig voor:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.