direct naar inhoud van Artikel 26 Wonen - Azelo
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-VS10

Artikel 26 Wonen - Azelo

26.1 Bestemmingsomschrijving
26.1.1

De voor Wonen - Azelo aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woningen, waarbij inwoning is toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. per bouwvlak maximaal één woning is toegestaan;
    • 2. inwoning niet is toegestaan in de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis;
  • b. praktijk- en kantoorruimten ten behoeve van aan de woonfunctie ondergeschikte aan huis gebonden beroepen, mits de ruimtelijke uitwerking of uitstraling met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat deze functie niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis';
  • c. bed & breakfast;
  • d. verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' met dien verstande dat:
    • 1. het aantal boerderijkamers maximaal elf bedraagt;
    • 2. de oppervlakte van één individuele boerderijkamer maximaal 50 m2 bedraagt;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.

26.2 Bouwregels
26.2.1

Uitsluitend de volgende bebouwing is toegestaan:

  • a. woningen met dien verstande dat voor zover een bouwvlak is opgenomen, de woningen hierbinnen worden gebouwd, met:
    • 1. een maximale inhoud van 750 m3 dan wel in geval van een grotere inhoud de op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaande inhoud met dien verstande dat:
      a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis' de inhoud maximaal 2.500 m3 bedraagt;
      b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' de inhoud maximaal de ter plaatse aangegeven inhoud bedraagt;
    • 2. een maximale bouwhoogte van 10 m dan wel in geval van een grotere bouwhoogte de op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan bestaande bouwhoogte, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis' maximaal 14 m bedraagt;
    • 3. een maximale goothoogte van 6,5 m dan wel in geval van een grotere goothoogte de op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan bestaande goothoogte, met dien verstande dat de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis' maximaal 7 m bedraagt;
  • b. bijgebouwen op geen grotere afstand dan 25 m van de woning, met per woning een gezamenlijke maximale oppervlakte van 75 m2, een maximale bouwhoogte van 6 m en een maximale goothoogte van 3 m, dan wel in geval van een grotere afstand, oppervlakte, bouwhoogte en/of goothoogte, de afstand, oppervlakte, bouwhoogte en/of goothoogte zoals deze bestaan op het moment van de inwerkingtreding van het plan;
  • c. één gebouw ten behoeve van boerderijkamers uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' met een maximale oppervlakte van 288 m2, een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 7 m;
  • d. bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een maximale bouwhoogte van 2 m.
26.2.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 26.2.1 onder b gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1' de volgende regels voor bijgebouwen ten behoeve van de binnen het betreffende bestemmingsvlakgelegen woning:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bedraagt maximaal 400 m2;
  • b. de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 m;
  • d. de afstand tot de woning bedraagt maximaal 25 m.
26.2.3

In afwijking van het bepaalde in artikel 26.2.1 onder b gelden voor het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2' zijn gelegen, de volgende regels voor bijgebouwen ten behoeve van alle binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen:

  • a. maximaal één bijgebouw is toegestaan ten behoeve alle binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen;
  • b. het bijgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2';
  • c. de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 175 m2 bedraagt;
  • d. de regels in artikel 26.2.1 onder b met betrekking tot goothoogte en bouwhoogte zijn van toepassing;
  • e. de maximale afstand tot de woningen zoals opgenomen in artikel 26.2.1 onder b is niet van toepassing.
26.2.4

In afwijking van het bepaalde in artikel 26.2.1 onder b gelden voor het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 3' zijn gelegen, de volgende regels voor bijgebouwen ten behoeve van alle binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen:

  • a. maximaal één bijgebouw is toegestaan ten behoeve alle binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woningen;
  • b. het bijgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 3';
  • c. de oppervlakte van het bijgebouw bedraagt maximaal 375 m2;
  • d. de regels in artikel 26.2.1 onder b met betrekking tot goothoogte en bouwhoogte zijn van toepassing;
  • e. de maximale afstand tot de woningen zoals opgenomen in artikel 26.2.1 onder b is niet van toepassing.
26.2.5

In afwijking van het bepaalde in artikel 26.2.1 onder b geldt voor het bestemmingsvlak waarbinnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 4' zijn gelegen, de volgende regels voor bijgebouwen ten behoeve van de binnen het betreffende bestemmingsvlak gelegen woning:

  • a. maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;
  • b. het bijgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 4';
  • c. de oppervlakte van het bijgebouw bedraagt maximaal 150 m2;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m;
  • e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m.
26.2.6

Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 43 in acht genomen.

26.3 Afwijken van de gebruiksregels
26.3.1

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het toestaan van horeca in de vorm van een theeschenkerij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - afwijking theeschenkerij' met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de theeschenkerij is uitsluitend toegestaan binnen een bestaand en legale woning;
  • b. de inhoud van de woning mag niet worden vergroot;
  • c. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • d. de economische haalbaarheid moet zijn aangetoond.
26.3.2 Kleinschalig kampeerterrein

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 26.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits:

  • a. het kampeerterreinwordt gerealiseerd bij een karakteristieke of monumentale woning;
  • b. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt;
  • c. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt;
  • d. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2;
  • e. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd;
  • f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;
  • i. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
26.3.3 Paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 26.1 onder f voor het toestaan van paardenbakken, mits:

  • a. de afstand van de paardenbak minimaal:
    • 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt;
    • 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt;
  • b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt;
  • c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.
26.3.4 Nevenactiviteiten

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken ten behoeve van nevenactiviteiten in de vorm van:

  • sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en educatieve (buitengebied)functies, waaronder begrepen expositieruimten;
  • lichte horeca;
  • stalling en opslag;
  • kantoren;
  • kunstnijverheidsbedrijven;
  • agrarisch hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven in de vorm van loonbedrijven, veehandelsbedrijven, bijenhouderijen, dierenpensions;
  • overige bedrijvigheid in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel daaraan gelijk te stellen activiteiten;

met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. deze bevoegdheid mag uitsluitend worden uitgeoefend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis';
  • b. het bebouwd oppervlak ten behoeve van de nevenactiviteit mag maximaal 250 m2 bedragen;
  • c. detailhandel, anders dan verkoop van ter plaatse geproduceerde goederen, is niet toegestaan;
  • d. omliggende agrarische bedrijven mogen niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd;
  • e. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van in de omgeving aanwezige functies en waarden, waaronder in ieder geval wordt gerekend het (leef)milieu en het landschap;
  • f. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden;
  • g. de verkeersaantrekkende werking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen;
  • h. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.
26.4 Wijzigingsbevoegdheid
26.4.1 Extra woning bij sloop van voormalige agrarische bebouwing

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor de bouw van één extra woning, uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 1'en 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2', in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. ter compensatie moet minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing worden gesloopt, met dien verstande dat de voormalige bedrijfsbebouwing binnen de gemeente Hof van Twente moet zijn gelegen;
  • b. de inhoud van de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 1' heeft een maximale inhoud van 1000 m3 en de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2' heeft een inhoud van maximaal 750 m3;
  • c. uitsluitend inpandige bijgebouwen zijn toegestaan;
  • d. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden;
  • e. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een landschapsplan dient te worden opgesteld;
  • f. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad;
  • g. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad.