direct naar inhoud van 3.2 Natuur
Plan: Buitengebied Hof van Twente
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-OP10

3.2 Natuur

De voorkomende natuur komt tot uitdrukking in het veld en in diverse beleidsplannen en regelingen. Het betreft de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door de provincie, de gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn, gebieden die vallen onder de Natuurbeschermingswet en gebieden die reeds als natuur bestemd zijn in de vigerende bestemmingsplannen.

In het buitengebied van Hof van Twente ligt een groot aantal bos- en natuurgebieden. De meest voorkomende natuurtypen zijn heide en gemengd bos. Een groot gedeelte van de natuurgebieden is in eigendom en beheer van landgoederen, zoals Weldam en Twickel. Ten zuiden van de A1 ligt ter hoogte van Markelo één van de grootste natuurgebieden van de gemeente, De Borkeld. Tussen Markelo en Goor ligt het bosgebied Herikerberg. Andere grote natuurgebieden concentreren zich rond de landgoederen nabij Delden en Diepenheim. Naast deze grotere natuurgebieden liggen er verspreid over de gemeente diverse kleinere natuurgebieden.

3.2.1 Natura 2000

Een tweetal gebieden is aangemerkt als Natura 2000-gebied. Dit zijn Het Boddenbroek en De Borkeld. Hieronder wordt nader ingegaan op deze twee gebieden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-OP10_0009.jpg"

Natura 2000-gebieden in de gemeente Hof van Twente (bron: Synbiosys Alterra)

Het Boddenbroek

Het Boddenbroek betreft een heideterreintje op het Landgoed Twickel. Het gebied bestaat uit vochtige en natte heide, voedselarme vennen en moerassen, schraalland, gagel- en wilgenstruwelen en elzen- en berkenbroekbossen. De openheid van de heideterreinen wordt geaccentueerd door verspreide bomen en boomgroepen. In de heide ligt een laagte die door grondwater gevoed wordt, wat hier heeft geleid tot de vorming van kalkmoerassen. De randen zijn met bos begroeid.

De vegetatie heeft zich door verdroging en daarmee gepaard gaande oppervlakkige verzuring ontwikkeld tot Blauwgrasland, in een vorm die nog enigszins doet denken aan alkalisch laagveen. Zo bevat het grasland nog Rechte rus, Zeegroene zegge en Vetblad. De thans aanwezige begroeiingen zijn tevens gekenmerkt door een hoog aandeel ruigtekruiden. Zwakgebufferde vennen hebben zich na de genomen herstelmaatregelen goed weten te herstellen. Het Eleocharitetum multicaulis is fraai ontwikkeld met Moerassmele, Moerashertshooi en Veelstengelige waterbies. Van het sterker gebufferde Samolo-Littorelletum worden de naamgevende soorten Waterpunge en Oeverkruid vergezeld door Vlottende bies, Stijve moerasweegbree en Ondergedoken moerasscherm. Op plekken met relatief diep water treffen we onder andere Ongelijk- bladig fonteinkruid, Teer vederkruid en Stijve moerasweegbree aan.

De natte heide en haar pioniersstadium zijn rijk aan veenmossen, waaronder Kussentjesveenmos en Wrattig veenmos, en bevatten ook Beenbreek. Ondanks de geringe omvang biedt de heide met de bosranden voldoende ruimte aan twee karakteristieke broedvogelsoorten van heiderelicten op de zandgronden, namelijk de Boompieper en Geelgors.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-OP10_0010.jpg"

Ven in het natuurgebied Boddenbroek

De Borkeld

De Borkeld is gevarieerd door gradiënten in hoogte en tussen zandige, ijzerhoudende lemige en venige bodem. De vegetatie in het gebied bestaat aan de randen uit heide, jeneverbesstruweel en bos. In het centrale deel van het gebied ligt een voormalig hoogveen dat nu vergrast en enigszins verbost is. Ten westen hiervan komt een strook met vergraste natte heide voor die overgaat in een groter droog heidegebied. Het leemkuilengebied is deels vergraven en deels onvergraven. Als gevolg hiervan bestaat het uit een kleinschalig patroon van heischrale graslanden en natte heide, omgeven door bos.

De droge heide van de Borkeld behoort tot een leemrijke variant. Heischrale graslanden domineren, maar opvallend aanwezig zijn Borstelgras, Gewoon struisgras en Liggend walstro, waardoor de heide een grazig aanzien heeft. Meer bijzondere soorten zijn Klein warkruid, Stekelbrem en Kruipbrem. De droge heide is van belang voor een populatie van de Zandhagedis en vanwege insecten als Boszandloopkever en Blauwvleugelsprinkhaan. Opvallende broedvogels zijn Nachtzwaluw en Boomleeuwerik en - in sommige jaren - Grauwe klauwier. In het oostelijke deelgebied de Hocht liggen leemputten, die nu ruim 50 jaar buiten gebruik zijn. In de jaarlijks gemaaide heischrale vegetatie staan bijzonderheden als Addertong, Vierzadige wikke en Stijve ogentroost. Elders in het gebied wordt heischraal grasland aangetroffen op en langs een leemspoor in de heide. De gradiënt van natte heide naar heischraal grasland herbergt hier Gevlekte orchis, Heidekartelblad, Welriekende nachtorchis en Klokjesgentiaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-OP10_0011.jpg"

Natuurgebied De Borkeld

Het meest natte deel van de Borkeld wordt gevormd door het Elsenerveen, een veenrestant dat is ontwaterd door sloten en sterk geëutrofieerd door de aanwezigheid van een meeuwenkolonie. Dit hoogveen is feitelijk niet herstelbaar, wat de reden was om alleen de veenputjes in de verdroogde hoogveenkern aan te melden als Zure vennen. Grote delen van de Borkeld die vroeger zijn ontgonnen, zijn nu omgevormd tot heide en grasland. Op enkele plekken blijven akkerreservaten met winterrogge bestaan, die een beeld geven van de vegetatie van essen. Kenmerkend zijn Slofhak, Kleine leeuwenklauw, Grote windhalm, Korenbloem, Akkerviooltje en Akkervergeet-mij-nietje. Smalle wikke en Akkerogentroost duiden op een leemrijke bodem.

De beheerplannen voor deze gebieden geven een uitwerking van de doelstellingen en de maatregelen die nodig zijn om die doelen te halen. De inzet is om bestaande activiteiten zoveel mogelijk ongewijzigd door te laten gaan en de externe werking (wettelijke bescherming buiten de begrenzing) tot een minimum te beperken. Voor nieuwe plannen of projecten in en nabij de Natura 2000-gebieden is een vergunningstelsel ingesteld. De provincie is hiervoor in veel gevallen het bevoegd gezag.

3.2.2 Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

De provincie Overijssel ziet de EHS - inclusief ecologische en robuuste verbindingszones - als een belangrijk instrument voor het behoud van de biodiversiteit omdat daarmee een (inter)nationaal vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden tot stand wordt gebracht. Realisatie van de EHS geschiedt op basis van vrijwilligheid en zonder beperkend effect op naastliggende gebieden.

Het ruimtelijk beleid voor de EHS is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden' van de EHS, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn.

De kernkwaliteiten binnen de EHS zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Dat betekent dat er geen ruimte is voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van de EHS, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HVTBuitengebied-OP10_0012.jpg"

Concreet begrensde EHS en zoekgebieden EHS (bron: provincie Overijssel)

De begrenzing van de EHS is vastgelegd in de provinciale Verordening, evenals de regels waaraan bestemmingsplannen in de EHS aan moeten voldoen. Het credo hierbij is: flexibiliteit met kwaliteit.

Op de kaart 'Ecologische Hoofdstructuur' bij de Verordening zijn de concreet begrensde onderdelen van de EHS (bestaande en nieuwe natuurgebieden en beheersgebieden) weergegeven, evenals zoekgebieden. De zoekgebieden zijn gebieden die nog concreet begrensd worden. Ze genieten dezelfde ruimtelijke bescherming als de concreet begrensde EHS totdat de concrete begrenzing is vastgesteld.

3.2.3 Uitgangspunten voor beleid

Uitgangspunt is het handhaven, beschermen, herstellen en ontwikkelen van de aanwezige natuurwaarden in de EHS, Natura 2000-gebieden, de gebieden die vallen onder de Natuurbeschermingswet, bestaande natuur buiten deze regelingen of andere aangewezen gebieden.

In de Natuurbeschermingswet 1998 is geregeld dat wanneer in, of in de omgeving van, een Natura 2000-gebied een ontwikkeling plaatsvindt, deze moet worden getoetst aan de Natuurbeschermingswet 1998 en dat eventueel een ontheffing moet worden aangevraagd. Hierdoor hoeven Natura 2000-gebieden niet extra beschermd te worden in het bestemmingsplan. Uit het MER blijkt dat voor dit bestemmingsplan voldoende rekening is gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden in en rond het plangebied. Natura 2000-gebieden worden in het bestemmingsplan bestemd als Natuur.

De EHS die in de provinciale Verordening is aangeduid als bestaande natuur en nieuwe gerealiseerde natuur, krijgt in het bestemmingsplan eveneens de bestemming Natuur, evenals overige natuurgebieden met een omvang van meer dan 10 are. Bosgebieden met een omvang van meer dan 10 are zijn op de verbeelding bestemd als Bos.

Gronden die mede bedoeld zijn voor natuur in het kader van de EHS krijgen de dubbelbestemming 'Waarde - EHS'. Doel hiervan is het uitsluiten van ontwikkelingen die significant negatieve effecten kunnen hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuur ter plaatse. Verbodsbepalingen en een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zorgen voor bescherming van de aanwezige waarden.