direct naar inhoud van 4.2 Bodem en grondwaterkwaliteit
Plan: Het Wegdam 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HExWegdam3-VS10

4.2 Bodem en grondwaterkwaliteit

Voor de vaststelling van een bestemmingsplan dient in verband met de uitvoering een reƫel beeld aanwezig te zijn van de bodemkwaliteit voor de gronden waarop een nieuwe ontwikkeling gaat plaatsvinden. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde functie.

Een goede kwaliteit van de bodem is van essentieel belang voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van een perceel grond. Vanwege dit grote belang voert de gemeente een apart bodembeleid dat is vastgelegd in het Bodembeleidsplan 2007-2010 (zie hoofdstuk 3).

Uit het onderzoek (20 april 2007, nr. HA-04460) blijkt dat de bodem strikt genomen niet geheel vrij is van milieuvreemde stoffen, zoals vermeld in de 'Leidraad Bodembescherming' van het Ministerie van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Aan de hierin gestelde criteria voor multifunctionaliteit voldoet de bodem niet geheel. In het grondwater zijn licht verhoogde waarden chroom en zink (zware metalen) ten opzichte van de streefwaarden aangetroffen. De vooraf gestelde hypothese 'niet verdacht' dient voor deze locatie strikt formeel op basis van de analyseresultaten te worden verworpen.

Op basis van het hierboven vermelde onderzoeksrapport heeft de gemeente op 2 mei 2007 een 'schone grondverklaring' afgegeven. Er bestaat geen bezwaar tegen het gebruik van het terrein voor een woon- of bedrijfbestemming of de afgifte van een bouwvergunning. Aanvullend onderzoek wordt ook niet nodig geacht. De op het perceel vrijkomende grond kan zonder beperkingen in het vrije grondverkeer worden gebracht (tot maximaal 50 m3 ).

Een kopie van het onderzoeksrapport is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.