direct naar inhoud van 3.4 Gemeentelijk beleid
Plan: Het Wegdam 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HExWegdam3-VS10

3.4 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Hengevelde (2009)

In maart 2009 heeft de gemeente Hof van Twente de 'Structuurvisie Hengevelde' vastgesteld. De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen in Hengevelde en de hoofdzaken van het te voeren ruimtelijk beleid. In de visie is een kaart opgenomen met daarop aangegeven welke ruimtelijke activiteit in welk gebied bestaat danwel wordt voorzien in de periode tot ongeveer 2020.

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HExWegdam3-VS10_0002.png"

Afb. globlale ligging plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1735.HExWegdam3-VS10_0003.png"

Fragment legenda Structuurvisie Hengevelde

In de structuurvisie is het het plangebied aangeduid als “bestaand bedrijventerrein” waarbij het onderhavige plangebied reeds is geïncorporeerd in het bestaande bedrijventerrein 't Wegdam. Ten noordwesten van het plangebied wordt voorzien in een mogelijke uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. De groenstructuur dient te worden versterkt.

De inpassing van het plangebied (met een beperkte omvang) binnen het bestaande bedrijventerrein en de versterking en de uitbreiding van de bestaande groenstructuur aan de westzijde van het plangebied is in overeenstemming met de gedachten die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke structuurvisie.

Bedrijventerreinenvisie

In februari 2011 heeft de gemeente de Bedrijventerreinenvisie vastgesteld. De gemeente heeft ambities om de kwaliteit op bedrijventerreinen te garanderen. Kort samengevat hanteert de gemeente de volgende kwaliteitsopgaven en doelen:

  • Het versterken van het ondernemersklimaat in alle kernen;
  • Het verduurzamen van het ondernemerschap, de gebouwde omgeving, de verkeers-structuur en de openbare ruimte;
  • Een goede landschappelijke inpassing van bedrijventerreinen;
  • Het tegengaan van veroudering;
  • Het - waar mogelijk - intensiveren van arbeid op het terrein;
  • Het opstellen van een uitgifte- en vestigingsprotocol.

De ambitie van de gemeente is om alle bedrijvigheid die zich aandient zo goed mogelijk te accommoderen. Daarom wil de gemeente een gevarieerd en compleet aanbod aan bedrijventerreinen aanbieden. Het juiste bedrijf op de juiste plek is de doelstelling. Actieve uitbreiding van bedrijventerreinen vindt binnen de gemeente vooral plaats in Goor op Zenkeldamshoek. Voor de overige kernen geldt dat deze in eerste instantie bedoeld zijn voor de opvang van lokale aan de kern gebonden bedrijvigheid. Dit geldt ook voor lokaal gewortelde bedrijven. Daarbij probeert de gemeente zo veel mogelijk in te breiden op de bestaande locaties in de kernen, staat kleinschaligheid voorop en wordt ruimte geboden aan lokale ondernemers.

Bedrijfswoningen op bedrijventerreinen

Op 27 januari 2004 heeft het College van burgemeester en wethouders besloten beleid vast te stellen inzake de aanwezigheid van bedrijfswoningen op bedrijventerreinen en dit beleid toe te passen voor nieuwe bestemmingsplannen. Een advies van SAB (eind 1999 opgesteld in opdracht van de voormalige gemeente Goor) was hiervoor leidend. De gemeente heeft ervoor gekozen een verbod op te nemen voor de realisatie van nieuwe bedrijfswoningen en een uitsterfconstructie toe te passen voor de bestaande bedrijfswoningen. Bestaande bedrijfswoningen worden als zodanig bestemd.

Het onderhavige plan voorziet niet in de bouw van een bedrijfswoning en is op dit onderdeel in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Welstandsnota Hof van Twente (2008)

De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij is zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het gaat dan om regels voor bijvoorbeeld monumenten, landgoederen en serrestallen.

Het plangebied valt in de welstandsnota onder de gebiedscategorie 'bedrijventerreinen'. Het bouwplan ter uitvoering van het bestemmingsplan zal voor advies worden voorgelegd aan de welstandscommissie.

Gemeentelijk mobiliteitsplan

De gemeente heeft in december 2007 een mobiliteitsplan vastgesteld. Dit plan biedt een overzicht van maatregelen op verkeersgebied die erop gericht zijn om de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de veiligheid van de bewoners en de bedrijven te verbeteren. Dit plan biedt tevens een kader waaraan ruimtelijke plannen met betrekking tot deze aspecten kunnen worden getoetst. In het bijbehorende maatregelenpakket wordt het beleid naar de praktijk vertaald.

Relevante doelstellingen zijn de volgende:

  • het wegen- en stratennet wordt duurzaam veilig ingericht en heringericht;
  • het fietsverkeer wordt gestimuleerd, het fietsroutenetwerk wordt verbeterd;
  • bij nieuwbouwplannen wordt een parkeertoets en een mobiliteitstoets uitgevoerd.

Met deze doelstellingen wordt bij het beheer, de inrichting en de eventuele ontwikkelingen in het plangebied rekening gehouden.

Verder gelden voor het vrachtwagenverkeer van en naar bedrijventerreinen de volgende specifieke doelstellingen:

  • De bereikbaarheid van bedrijventerreinen moet gewaarborgd blijven en, waar mogelijk en noodzakelijk, worden verbeterd. Het gaat daarbij om een goede directe ontsluiting van verkeer en vrachtverkeer naar het hoofdwegennet, zodat dit (vracht)verkeer niet (meer) door de woonwijken rijdt als het daar niet thuis hoort.
  • Vanwege de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid moet het parkeren en laden en lossen op eigen terrein plaatsvinden en niet op de openbare weg.

Het voorliggende bestemmingsplan biedt kansen om een adequaat distributiesysteem voor bevoorrading van brood- en banketwinkels binnen en buiten de gemeentegrenzen van Hof van Twente op te zetten. Het bedrijventerrein heeft goede directe ontsluiting op het hoofdwegennet voor (vracht)verkeer van en naar de brood- en banketfabriek.

Waterbeleid

Het gemeentelijk waterbeleid is vastgelegd in het Waterplan Hof van Twente (2004) en het Gemeentelijk Rioleringsplan 2008-2012 (2009). Hieronder wordt een samenvatting gegeven van deze plannen.

Waterplan Hof van Twente (2004)

Het waterplan is een overkoepelend beleidsstuk over het waterbeheer in de gemeente Hof van Twente dat ook door de waterbeheerders – de waterschappen Regge en Dinkel en Rijn en IJssel en drinkwaterleidingbedrijf Vitens is vastgesteld. Het waterplan geeft een visie hoe het watersysteem binnen de gemeente over ongeveer 25 jaar er uit ziet en welke maatregelen er op korte en lange termijn daarvoor nodig zijn. De visie wordt op basis van drie invalshoeken beschreven, te weten:

  • Twents landschap

Water speelt een belangrijke rol in het gevarieerde en kleinschalige landschap. Het water is zo ingericht dat meerdere functies tegelijk kunnen vervullen. Het waterbeheer sluit zoveel mogelijk aan bij de natuurlijke omstandigheden, zoals hoogteligging, grondwaterstroming en bodemsoort.

  • Ruimte voor water

De visie is gericht op het ontwikkelen van een robuust en veerkrachtig watersysteem met als doel wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. Om dit te bereiken is er voldoende ruimte nodig voor het vasthouden en tijdelijk bergen van water. Voor de verbetering van de waterkwaliteit dienen de vervuilende lozingen te worden beperkt. Door het afkoppelen van schoon hemelwater van de riolering wordt de emissie door lozingen vanuit riooloverstorten en rioolwaterzuiveringen gereduceerd.

  • Beleving van water

In de woon- en werkomgeving is water zichtbaar, bereikbaar en veilig voor bijvoorbeeld vissers en wandelaars. Zichtbaar water dat beleefd wordt, is er niet alleen om van te genieten, maar ook er van bewust van te zijn. Om dit te bereiken wordt het hemelwater bij voorkeur met bovengrondse voorzieningen ingezameld en geïnfiltreerd.

Gemeentelijk Rioleringsplan 2008-2012 (GRP)

In de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke watertaken geregeld. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor:

  • inzameling en transport van stedelijk afvalwater.
  • het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater.
  • grondwater(maatregelen).

De doelmatige uitvoering van deze zorgplichten is in het GRP vastgelegd en gaat uit van de volgende principes:

De trits “vasthouden - bergen - afvoeren” houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water in de bodem te infiltreren. Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie kan overwogen worden het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving.

De trits “schoonhouden - scheiden - schoonmaken” omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement te worden verhoogd.

In het GRP zijn de gemeentelijke zorgplichten nader gedefinieerd.

  • Lozingen van stedelijk afvalwater worden zoveel mogelijk aangesloten op het openbaar vuilwaterriool. De emissie naar bodem, grond- en/of oppervlaktewater wordt zo veel mogelijk voorkomen.
  • De gemeente stemt de verwerking van het hemelwater af op aard, samenstelling en hoeveelheid. Op lokaal niveau wordt een integrale afweging gemaakt ten aanzien van inzameling en verwerking van hemelwater, waarbij onder ander ruimtelijke aspecten, kosten en verkeersveiligheid een rol spelen. Particulieren kunnen daarom worden opgedragen het overtollige hemelwater op hun perceel te verwerken.
  • Om structureel nadelige gevolgen van hoge grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken, treft de gemeente in openbaar gemeentelijk gebied maatregelen. Deze maatregelen zijn doelmatig en behoren niet tot de zorg van het waterschap. Maatregelen in particulier gebied behoren tot de zorgplichten van de eigenaar.

De uitvoering van bestemmingsplan vindt plaats met inachtneming van hierboven vermelde uitgangspunten. Voor een nadere beschrijving hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.5.

Groenstructuurplan

Het gemeentelijke groenstructuurplan bevat een lange termijn visie op de inrichting en het beheer van het groen in de openbare ruimte. Groene elementen in de openbare ruimte hebben veelal een onderlinge samenhang en vormen zo een groenstructuur. Deze structuur hangt nauw samen met de stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw van een stad of dorp. Vaak is de aanwezigheid van groen gekoppeld aan rode functies (gebouwen) doordat het deze aankleedt of accent geeft. De relatie tussen groen en rood is dan ook een belangrijk aspect binnen een Groenstructuurplan.

Binnen de groenstructuur speelt de bomenstructuur een overheersende rol. Bomen zijn door hun ruimtelijke werking de meest beeldbepalende groenelementen en daarom sterk sfeerbepalend. Om die reden heeft de gemeente ook een aparte Bomenverordening waarin voorgeschreven wordt hoe moet worden omgegaan met het 'Bewaren van houtopstanden'.

Verder zijn ook vakbeplantingen, gazons en waterelementen van betekenis binnen de groenstructuur. Een belangrijke opgave van het Groenstructuurplan is om alle groene en blauwe onderdelen te integreren tot een samenhangend geheel dat op basis van één visie wordt beheerd en ontwikkeld.

Op het onderhavig plangebied is het volgende van toepassing: De aanwezige groenstructuur wordt versterkt door de uitbreiding en de afronding aan de westzijde van het bedrijventerrein 't Wegdam. Het bestemmingsplan past hierdoor binnen het geformuleerde beleid.

In de toekomst is een verdere uitbreiding van het totale bedrijventerrein naar het noorden voorzien waarbij de bestaande groenstructuur een onderdeel is van de inpassing van de uitbreiding in zijn omgeving.

Bodembeleidsplan

De gemeente heeft in het Bodembeleidsplan haar beleid ten aanzien van bodemverontreiniging uiteengezet. De ambitie van de gemeente is om bodemverontreinigingen te voorkomen en de bodem geschikt te houden voor toekomstige ontwikkelingen. Ten tweede heeft de gemeente de ambitie om bodemaspecten tijdig mee te nemen in planvorming.

De gemeente geeft prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen die actuele risico's opleveren voor mensen of milieu. De gemeente besteedt in het bijzonder aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Hiervoor wordt verwezen naar het asbestbeleid en de asbestsignaleringskaart.

De bodemgesteldheid van de gronden in het plangebied is onderzocht. Voor een nadere beschrijving hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

Nota externe veiligheid (2007)

De gemeente heeft haar beleid ten aanzien van externe veiligheid vastgelegd in de nota “Bewuste veiligheid op maat”. Binnen de gemeente zijn een aantal risicovolle inrichtingen aanwezig. Op de site www.risicokaart.nl is een actueel overzicht van de risicovolle bedrijven te vinden. Ten aanzien van nieuwvestiging van zwaardere en risicovolle bedrijvigheid stelt de gemeente zich terughoudend op. Verder moet met name bij gevoelige functies, rekening gehouden worden met het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor, het water of buisleidingen. Het voorliggende plan past binnen het geformuleerde beleid.

Onderhavige bestemmingsplan past binnen het geformuleerde beleid daar de geplande activiteiten niet vallen onder de categorie zware, risicovolle bedrijvigheid.

Archeologiebeleid

Op 1 januari 2010 is het gemeentelijke archeologiebeleid in werking getreden. Op de bijbehorende archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart is aangegeven welke gebieden een lage, een middelhoge en een hoge archeologische verwachtingswaarde hebben. Verder zijn ook de terreinen met bekende archeologische waarden in beeld gebracht (de archeologische monumenten). Afhankelijk van de verwachtingswaarde dient bij bouwplannen en ingrepen in de grond met een bepaalde omvang en diepte archeologisch vooronderzoek plaats te vinden.

  • Historische kern: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 50 m2 of meer;
  • Hoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 2500 m2 of meer;
  • Middelhoge verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 5000 m2 of meer;
  • Lage verwachting: bij verstoringen dieper dan 40 cm en een oppervlakte van 10 ha of meer.

Dit beleid dient vertaald te worden in de planregels van de bestemmingsplannen die in procedure worden gebracht.

Plangebied

De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart geeft het plangebied de aanduiding 'hoge verwachting'. Ter bescherming van de (mogelijke) archeologische waarden is eem dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 2' opgenomen op de verbeelding. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij bodemingrepen worden beoogd met een diepte en oppervlakte die archeologisch onderzoek nodig maken.