direct naar inhoud van 4.7 Ecologische waarden
Plan: Het Wegdam 3
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HExWegdam3-OP10

4.7 Ecologische waarden

De Flora- en faunawet schrijft voor dat ieder zoveel mogelijk dient te voorkomen dat zijn of haar handelen negatieve gevolgen heeft voor de flora en fauna in het algemeen en de beschermde soorten in het bijzonder. Dat laatste brengt de wettelijke verplichting met zich mee om in het kader van de ruimtelijke plan- en visievorming, de uitvoering en het verstrekken van vergunningen (bouw-, sloop-, aanleg-, en milieuvergunningen) en bij de uitvoering van werken een inventarisatie te maken van de beschermde soorten. Aan deze inventarisatie moet een beschrijving gekoppeld worden van de ecologische effecten van de betreffende ingreep en de maatregelen die genomen kunnen worden om de negatieve ecologische effecten te verminderen en eventueel te compenseren.

Indien door die negatieve effecten inbreuk wordt gepleegd op de verbodsbepalingen ( artikel 8 t/m 12) van de Flora- en faunawet kan een vrijstelling op basis van deze wet worden verleend of kan een verzoek tot ontheffing van deze verbodsbepalingen worden aangevraagd.

Ruim 3 km ten noordwesten van het voorgenomen project ligt het Natura 2000-gebied Weldam. Dit is het dichtstbijzijnde gebied dat onder de Natuurbeschermingswet valt Op 1.5 km ten noordwesten van het project ligt het naaldbos Kerspel-Goor, dat tot de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur behoort.

Het ecologisch onderzoek dat uitgevoerd is op het aangrenzende perceel Wegdam 3 maakt duidelijk dat beide gebieden op dusdanige afstand van het project liggen dat negatieve effecten niet zijn te verwachten. Bovendien zijn deze gebieden van het project gescheiden door bebouwing en infrastructuur Ook gezien de aard van de Ingreep zijn geen negatieve effecten te verwachten. De activiteit is op dit punt niet in strijd met het Streekplan Overijssel 2000+ en er Is geen vergunning voor nodig krachtens de Natuurbeschermingswet Uit het ecologisch onderzoek blijkt verder dat er op de projectlocatie waarschijnlijk geen planten- of diersoorten voorkomen, waarvoor bij verstoring ontheffing van de Flora- en faunawet moet worden gevraagd. Wel leven er enkele licht beschermde diersoorten, maar daarvoor geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen in de artikelen 9 tot en met 1 2 van de Flora- en faunawet Aan deze vrijstelling zijn geen aanvullende eisen gesteld.

Uitgezonderd exoten, zijn alle vogelsoorten beschermd. Bij uitvoering van werkzaam heden in het kader van ruimtelijke inrichting geldt vrijstelling van de verboden als wordt gehandeld volgens een goedgekeurde gedragscode. Als er geen gedragscode is, moet worden nagegaan of verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet worden overtreden. In een dergelijk geval is het mogelijk ontheffing aan te vragen.

Op de locatie en in de directe omgeving ervan zijn echter geen permanent bewoonde nesten of belangrijke rust- of foerageergebieden van vogels aanwezig. Wel broeden er een aantal vogels. Daarom kan men er op deze locatie van uitgaan dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als buiten het broedseizoen wordt gewerkt of als de werkzaamheden voor het broedseizoen beginnen en continu voortduren. De vogels zullen dan een rustiger broedplaats (op enige afstand) zoeken en niet door de werkzaamheden worden gestoord. Niet alleen de bouwwerkzaamheden, maar ook het verwijderen van bomen en struiken zal in zo'n geval buiten het broedseizoen moeten plaatsvinden.

Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Flora- en faunawet Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt In het plangebied is voor geen enkele vogelsoort de goede staat van instandhouding in het geding.