direct naar inhoud van 3.3 Beleid van het Waterschap
Plan: Het Wegdam 3
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HExWegdam3-OP10

3.3 Beleid van het Waterschap

Waterbeheerplan (waterschap)

De Waterwet, die eind 2009 in werking is getreden, gaat uit van integraal waterbeheer. Verschillende sectorale wetten zijn erin opgegaan. De Waterwet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet schrijft voor dat het waterbeheer gericht is op alle aspecten van het watersysteem in onderlinge samenhang.

In het plangebied is het Waterschap Regge en Dinkel (WRD) voor het watersysteembeheer actief. De Waterwet schrijft voor dat elke beheerder de doelen en maatregelen voor zijn beheergebied opneemt in zijn eigen wettelijke waterbeheerplan.

Waterschap Regge en Dinkel is verantwoordelijk voor een optimaal waterbeheer en voor de instandhouding van het voor Twente karakteristieke bekensysteem. Dat betekent dat het waterschap ervoor zorgt dat het oppervlakte- en grondwater kwalitatief en kwantitatief aansluit bij het maatschappelijk gebruik van de grond. 

Het waterbeheerplan 2010-2015 beschrijft hoe WRD de doelstellingen wil realiseren die betrekking hebben op de hoofdthema's veiligheid, het watersysteembeheer de afvalwaterketen. In het waterbeheerplan wordt voornamelijk ingegaan op de maatregelen die nodig zijn ingevolge de Europese kaderrichtlijn water (KRW) en Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Algemeen doel is een zo goed mogelijke waterkwaliteit te ontwikkelen en te behouden (stand-still). In de planperiode wil het waterschap vooral aandacht schenken aan het verbeteren van de waterkwaliteit en de natuurlijke inrichting van de waterlichamen. Ten noordoosten van het plangebied ligt het waterlichaam Bolscherbeek die het waterschap vóór 2015 wil inrichten met natuurvriendelijke oevers. Er worden vóór 2015 geen maatregelen getroffen voor het verbeteren van de fysisch-chemisch waterkwaliteit.

De uitvoering van bestemmingsplan vindt plaats met inachtneming van hierboven vermelde uitgangspunten. Voor een nadere beschrijving hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.5.