direct naar inhoud van 4.8 Ecologie
Plan: Hengevelde, wijzigingsplan Needsestraat ong.
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.HExNeedsong-OP10

4.8 Ecologie

Om de uitvoerbaarheid van onderhavig plan te toetsen, is een ecologische inventarisatie van de natuurwaarden in het plangebied uitgevoerd. Tevens is gekeken naar de effecten op beschermde gebieden in de omgeving. Het doel hiervan is om na te gaan of een vooronderzoek in het kader van de Flora- en faunawet en/of een oriënterend onderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 of de Ecologische Hoofdstructuur noodzakelijk is. Het plangebied is daartoe op 14 februari 2012 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. Hoewel het veldbezoek niet in de meest optimale veldperiode is uitgevoerd, had gezien de toestand van het terrein een bezoek op een ander moment in het jaar niet meer informatie opgeleverd.

Ontwikkelingen

De plannen bestaan uit het realiseren van een woning op het noordoostelijk deel van een grasveld aan de Needsestraat. Hiertoe gaat een deel van het grasveld verloren. Er wordt geen bebouwing gesloopt of bomen gerooid. De zuidelijk gelegen sloot blijft eveneens onaangetast.

Soortenbescherming

Flora- en faunawet

Met ingang van 1 april 2002 is de Flora- en faunawet in werking getreden. Het soortenbeleid uit de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) van de Europese Unie is hiermee in de nationale wetgeving verwerkt.

Achter de Flora- en faunawet staat het idee van de zorgplicht voor in het wild levende beschermde dieren en planten en hun leefomgeving. Beschermde soorten worden opgesomd in de 'lijsten beschermde inheemse planten- en diersoorten'. De Algemene Maatregel van Bestuur ex artikel 75 van de Flora- en faunawet van 23 februari 2005, kent een driedeling voor het beschermingsniveau van planten- en diersoorten, namelijk: licht beschermd, middelzwaar beschermd en streng beschermd. De inheemse vogelsoorten hebben een eigen afwijkend beschermingsregime; ze vallen zowel onder het middelzware als strenge beschermingsregime.

INVENTARISATIE

Het plangebied bestaat uit het zuidoostelijk gedeelte van een kortgehouden grasveld aan de noordwestzijde van de Needsestraat. Aan de noordoostkant liggen de achtererven van de bebouwing aan de Goorsestraat. In het zuidwesten grenst het grasveld, gescheiden door een sloot, aan het erf van naastgelegen woning alsook aan een houtopstand van voornamelijk zomereiken langs het zuidelijk gelegen sportveld. Ten noordwesten van het projectgebied ligt een parkeerplaats en een kleine paardenwei.

Uit de informatie van Het Natuurloket (kilometerhok 240-468, d.d. 10-02-2012) blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied naast enkele in het kader van de Flora- en faunawet licht beschermde diersoorten, ook enkele (middel)zwaar beschermde plantensoorten voorkomen. De gegevens van de quickscanhulp (©NDFF - quickscanhulp.nl 10-02-2012 15:16:27) overlappen met die van Het Natuurloket en zijn gebaseerd op dezelfde waarnemingen. Uit de gegevens van de quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van 1 km rond het plangebied de middelzwaar beschermde plantensoorten jeneverbes, klokjesgentiaan en kleine zonnedauw zijn waargenomen. Jeneverbes is een soort van droge heidegrond en stuifzanden; klokjesgentiaan en kleine zonnedauw hebben een standplaats op natte zure heidegrond. Van deze biotopen is geen sprake in het plangebied en directe omgeving. Tijdens het veldbezoek is aronskelk waargenomen in de berm langs de sloot aan de zuidzijde. Aronskelk is een soort van voedselrijke bodem. In het plangebied zijn gezien de inrichting en het gebruik geen beschermde plantensoorten te verwachten.

In het plangebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen (gebouwen/bomen) voor vleermuizen aanwezig. Ook worden er geen belangrijke lijnvormige landschapselementen doorkruist. Door de ontwikkelingen zullen er geen negatieve effecten op vleermuizen optreden.

Op basis van het veldbezoek blijkt verder dat het plangebied een zeer beperkte natuurwaarde kent. Gezien de inrichting en het gebruik van het plangebied worden alleen enkele algemene, licht beschermde soorten (zoals spitsmuizen) en zwaarder beschermde vogels in en direct rond het projectgebied verwacht. Alle inheemse vogelsoorten zijn in het kader van de Flora- en faunawet zwaar beschermd.

EFFECTEN

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van enkele licht beschermde soorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. Licht beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Flora- en faunawet.

Het is verboden nesten van vogels (indien nog in functie) te vernietigen of te verstoren. Met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden dient derhalve rekening te worden gehouden met het broedseizoen. De Flora- en faunawet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het is van belang of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

Gebiedsbescherming

Natuurbeschermingswet 1998

Op 1 oktober 2005 is de Natuurbeschermingswet 1998 van kracht geworden. Deze wet bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden. In de Natuurbeschermingswet zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt.

Onder de Natuurbeschermingswet 1998 worden drie typen gebieden aangewezen en beschermd: Natura 2000-gebieden, staats- en beschermde natuurmonumenten en Wetlands. Verder is deze wet de basis voor het nationale Natuurbeleidsplan waarin de Ecologische Hoofdstructuur is geregeld.

Ecologische Hoofdstructuur

De Ecologische Hoofdstructuur is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. De Ecologische Hoofdstructuur is als beleidsdoel opgenomen in de Nota Ruimte en is voor de provincie Overijssel uitgewerkt in de Omgevingsvisie Overijssel (Omgevingsverordening Overijssel 2009).

Natuurwaarden buiten de EHS

Vanuit de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel 2009 (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid) wordt specifiek ingezet op de bescherming van bestaande bos- en natuurgebieden en belangrijke weidevogelbeheer- en ganzengebied, die buiten de Ecologische Hoofdstructuur vallen. Binnen weidevogel- en ganzengebieden mag geen waterpeilverlaging of aantasting van de openheid en rust plaatsvinden.

INVENTARISATIE

Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Het meest nabijgelegen gebied uit de Natuurbeschermingswet 1998 betreft het Natura 2000-gebied Boddenbroek, dat is gelegen op een afstand van ruim 3,5 km. Op ongeveer 1,5 km ten zuiden en noordwesten van het plangebied liggen de meest nabijgelegen gebieden uit de Ecologische Hoofdstructuur. Het betreft hier een bosgebied. Er liggen in de wijde omgeving van Hengevelde geen aangewezen weidevogel- of ganzengebieden.

EFFECTEN

De beschermde gebieden liggen, gezien de aard van het plangebied en de ingrepen, op een voldoende afstand van het plangebied. Er zijn geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkelingen te verwachten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig. De voorgenomen activiteit is niet in strijd met het 'nee, tenzij'-beleid uit de Nota Ruimte en de uitwerking daarvan in de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel 2009. Deze inventarisatie geeft geen aanleiding voor verder onderzoek.

Conclusie

Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat geen vooronderzoek in het kader van de flora- en faunawet of een oriëntatiefase voor de Natuurbeschermingswet 1998, dan wel een analyse van de Ecologische Hoofdstructuur noodzakelijk is. Het plan is hierdoor op deze punten uitvoerbaar.